top of page

NIET LEVEN OM TE WERKEN, MAAR WERKEN OM TE LEVEN

19 januari

Sonja Bouwkamp

In De Volkskrant van 12 November 2022 stond een artikel van Marieke de Ruyter over de veranderende werkmentaliteit van de huidige jonge generatie. Zij stelt dat deze generatie niet zozeer leeft om te werken, maar werkt om te leven. En leven houdt voor hen een goede balans tussen werk en privé in en een werksituatie waarin ze op de eerste plaats met plezier kunnen functioneren. De jongeren van nu zijn opgegroeid in een sfeer waarin bijna alles kan en vinden daardoor dat hun leven en dus ook hun werk vooral leuk moet zijn. Ze willen best hard werken, maar wel graag zelf bepalen wanneer, hoe en waarvoor.

Velen van hen hebben meegemaakt hoe mensen in hun omgeving opbrandden en afknapten door de toegenomen werk-en regeldruk in b.v. de zorg en het onderwijs. Daar hebben zij, terecht, weinig zin in. En nu de arbeidsmarkt worstelt met een personeelstekort hebben zij meer dan ooit de luxe om mee te bepalen hoe hun werk er uit ziet.

 Ze worden minder gemotiveerd door financiële prikkels, maar met name door de inhoud van hun werk. Wat ook meespeelt is dat veel jongeren mee hebben gemaakt dat werkgevers graag werkten met flexcontracten, waardoor zij zich minder verbonden voelden met hun werkomgeving en dus ook minder geneigd waren daarvoor een stapje extra te doen. Bovendien is het zo dat de jongste generatie minder geïnteresseerd is in statussymbolen als een eigen huis, een grote auto of een hoge functie. Statussymbolen worden nu vooral gezocht in mooie reizen maken, sportieve lijven hebben en festivals bezoeken. Zaken waarmee je op Instagram kunt scoren!

In ons boek “De gulden middenweg” beschrijven wij uitgebreid de verschillende functies van arbeid. Mensen zijn op de keeper beschouwd allemaal werkers die arbeid moeten verrichten voor het dagelijks levensonderhoud. Een groot deel van onze tijd werken wij. Dan spreekt het voor zichzelf dat het belangrijk is om aan dat werk plezier te beleven, het als zinvol te ervaren, als een verrijking van ons leven. In het hoofdstuk over overleven stellen wij bovendien dat een goede bestedingsmoraal ons helpt om onze tijd verantwoord te verdelen tussen arbeidstijd en vrije tijd, waarbij werk en privé in principe gelijke grootheden zijn en een gelijke prioriteit hebben. De mens is niet alleen “gemaakt” om te werken, maar ook om van dat werk en zijn leven te genieten, o.a. door op tijd rust te nemen. Bezig blijven tot elke prijs leidt onherroepelijk tot een burnout.

DE DUBBELHEID VAN HET BESTAAN

31 oktober

Roel Bouwkamp

Ik zeg regelmatig ‘alles in het leven is dubbel!’

Die constatering kan zowel pijnlijk als een opluchting zijn. Dat maakt die dubbelheid zelf ook weer dubbel.

 

Neem bijvoorbeeld de partnerrelatie. Soms de hemel op aarde vanwege intiem samenzijn, soms een hel door het verwensen van de ander. Wellicht niet leuk om te beseffen, maar wel een realiteit. Dat besef kan acceptatie en rust geven. We hoeven het leven niet mooier te maken als het is, maar ook niet lelijker. Er is nu eenmaal haat, maar er is ook liefde. De vraag is wel hoe met de dubbelheid in ons leven om te gaan. Dit is terug te vinden in ons boek 'de gulden middenweg'.

GENOT EN GELUK

12 oktober

Sonja Bouwkamp

Altijd wanneer wij onze lichamelijke behoeften bevredigen ervaren wij een vorm van lust en van genot. Genot en lust zijn niet hetzelfde. Lust is in feite het “zin hebben in”. Genot ervaren wij tijdens het doen van waar we zin in hebben. Lust zet ons ertoe aan om het genot te ervaren van de bevrediging van onze behoeften. En hoe groter het genot, hoe meer zin we er in krijgen. Lust en genot werken samen om te garanderen dat we datgene doen wat nodig is om in leven te blijven of leven voort te blijven brengen.

Lustgevoelens dringen zich driftmatig op en de behoefte ze te bevredigen is een biologisch gegeven. Hoe wij dat vervolgens doen bepaalt voor een groot deel de mate van genot en het soort bevrediging dat wij daarbij ervaren. Dit geldt voor eten, voor drinken en ook voor seks.

Seksualiteit is pure levenslust, maar kent verschillende drijfveren. Seks kan het gevolg zijn van het verlangen de eigen lichamelijke behoeften te bevredigen, maar ook van het verlangen naar intimiteit met een ander, naar warmte en nabijheid.

 Seksuele lust en genot zijn dus nooit een probleem, maar kunnen dat wel worden wanneer enkel het eigen seksuele genot wordt nagejaagd, zonder dat daarbij sprake is van een liefdevolle verbondenheid, van een verlangen naar die ander. Zelfs wanneer je optimaal genot beleeft, wil dat nog niet zeggen dat je dan ook gelukkig bent. Juist omdat het zo “lekker” is, kan het heel verslavend werken. Je wilt steeds meer, steeds weer die “kick”. Alles wat “gewoon” is lijkt dan al snel saai, schraal en weinig opwindend. Lust najagen is wat dat betreft net gamen. Op het moment dat je er midden in zit slokt het alles op. Maar als het voorbij is lijkt het vaak leeg en onwerkelijk, omdat echt en direct menselijk contact ontbreekt. Net als bij gameverslaving hebben mensen die sterk op lust gefocust zijn vaak een latente angst voor andere mensen en moeite zich werkelijk te verbinden.

Wanneer seks alleen om genot en orgasme draait wordt vrijen een soort “over en weer masturberen”. Het doel van vrijen is echter liefde produceren, niet slechts consumeren. Werkelijke intimiteit nastreven tijdens het vrijen maakt de gemeenschappelijke ervaring echter, dieper en liefdevoller. Hartstocht is daarbij iets totaal anders dan lust. Lust is op je eigen bevrediging gericht, terwijl hartstocht een uitingsvorm van liefde is. En liefde verschaft ons het gelukzalige gevoel van eenheid, van verbondenheid en van ertoe doen, de moeite waard zijn. Het is precies dat gevoel dat de essentie is van geluk.

In ons boek “De gulden middenweg” zetten wij uiteen hoe een ideaal seksueel contact zowel het lichaam(zintuigen) als de geest (contact) als het hart (je één voelen) omvat. Het is een contact waarbij je eigen genieten altijd de ander insluit.

OVER HET DOEL VAN STRAFFEN

29 september

Sonja Bouwkamp

In De Volkskrant van zaterdag 27 augustus j.l. pleit jurist Jurriën Hamer voor een humane aanpak van criminaliteit die minder gericht is op vergelding alleen. Hij betwijfelt of het een samenleving werkelijk veiliger maakt, wanneer boeven streng worden bestraft. Er is nooit wetenschappelijk bewijs gevonden voor een positief effect van strenger straffen op het gedrag van criminelen. Bovendien trekt hij in twijfel of het steeds strenger straffen van criminelen wel zo rechtvaardig is. Zij zijn net als anderen het product van hun omstandigheden. Vaak geven ze de pijn en de ellende die ze zelf hebben ondergaan gewoon door en voelen ze zich niet persoonlijk verantwoordelijk voor wat ze aanrichten.

We hebben als mens een diepgevoelde, morele intuïtie die vindt dat slechteriken moeten boeten voor hun fouten. In ons boek “De gulden middenweg” stellen wij dat wanneer er onrecht is geschied dat weer moet worden “recht getrokken”. Er moet recht worden gesproken op zo’n manier dat er recht wordt gedaan aan wat is aangericht. Maar zolang een “dader” zichzelf niet als verantwoordelijk ziet voor zijn handelen hebben sancties en straffen slechts een beperkte functie.

 Straf heeft als doel om tegemoet te komen aan ons rechtsgevoel, het zorgt ervoor dat niemand zomaar kan wegkomen met wat hij heeft misdaan. Daarnaast wil straf inderdaad afschrikken, ervoor zorgen dat iemand zich wel tweemaal bedenkt voor hij nog een keer in de fout gaat. Maar zolang het voor hemzelf eigenlijk niet fout is, zal de enige reden om zich te bedenken de angst voor straf zijn. En net zoals bij kinderen kan angst (tijdelijk) afhouden van slecht gedrag, maar het motiveert niet tot goed gedrag. Een dader weet nu dus wel wat hij niet moet doen, maar daarmee nog niet wat hij wel moet doen.

In onze ogen moet straf een heropvoedend effect hebben, het moet motiveren tot goed gedrag. Het moet daarom altijd gekoppeld worden aan een bewustwordingsproces en gericht zijn op het herstel van moreel verantwoordelijkheidsbesef bij de dader. Pas dan kan er een verandering op gang komen en op dat moment is het van belang hem een nieuwe kans en een positief perspectief te bieden.

Wij zijn het met Jurriën Hamer eens dat het actuele gevangenissysteem niet direct de plek is waar respectvol met elkaar wordt omgegaan en mensen wordt geleerd verantwoordelijkheid voor het eigen handelen te dragen. Het is eerder een omgeving waar hen alle verantwoordelijkheid wordt ontnomen en waar onderling respect ver te zoeken is. Voor de door ons beoogde “corrigerende detentie” is een behoorlijke omwenteling van het gevangeniswezen nodig.

BEVLOGEN PROFESSIONALS

22 september

Sonja Bouwkamp

In een artikel in De Volkskrant van 9 juli j.l. stelt prof.dr. Jan Lucassen (De wereld aan het werk, 2020) dat werk, wil het echt persoonlijk bevredigend zijn vanuit een maximum aan autonomie en initiatief moet gebeuren. Je moet als professional het gevoel hebben dat je iets betekent en dat je niet zomaar inwisselbaar bent. Goed werk leveren is bevredigend en versterkt je gevoel van eigenwaarde: Jij doet ertoe!

 

Helaas is dat niet zoals het er in de huidige maatschappij aan toegaat. De persoonlijke beslissingsruimte van professionals wordt behoorlijk ingeperkt door verregaande regelgeving en protocollisering. Dat kan ervoor zorgen dat een professional vervreemd raakt van de inhoud van zijn werk en zijn innerlijke motivatie verliest. De steeds toenemende bemoeizucht is een van de grootste problemen van onze steeds rationeler wordende samenleving stelt Lucassen en ik ben het daarin hartgrondig met hem eens. Bij elk probleem dat zich voordoet zoeken we de oplossing in het nog beter organiseren van de organisatie, in nog meer regels, richtlijnen en protocollen. In plaats van ons te richten tot de professionals op de werkvloer en hen te vragen hoe zij denken dat het probleem kan worden opgelost en wat zij nodig hebben om dat voor elkaar te krijgen.

Wij hebben niet steeds meer regels en richtlijnen nodig, we hebben zelfstandig werkende en bevlogen professionals nodig die zelf actief en flexibel naar oplossingen zoeken als er problemen zijn. Bevlogen professionals worden geïnspireerd door en kiezen voor de inhoud van hun werk, niet voor de enorme bureaucratische rompslomp waarmee zij doorgaans worden opgezadeld.

In ons boek “De gulden middenweg” gaan wij uitgebreid in op arbeid als baan en arbeid als passie en laten we zien hoe deze twee kanten van arbeid: voorzien in je onderhoud en doen waar je blij van wordt het best met elkaar gecombineerd kunnen worden.

IN VRIJHEID SAMENLEVEN (2)

07 september

Sonja Bouwkamp

In de huidige samenleving maakten burgers steeds hooglopende ruzie over de coronamaatregelen. Een deel van hen wenste zich niet aan de regels van de overheid te houden, omdat ze dit zagen als een aantasting van hun persoonlijke vrijheid. De rest ergerde zich aan deze houding en vond dat niemand zo maar het recht heeft op een uitzonderingspositie. Beide groepen polariseerden in hoog tempo en beschimpten en bestreden elkaar. De weigeraars claimden hun vrijheid en vonden de anderen domme, slappe aanpassers. De anderen ergerden zich aan de opvattingen, het egoïsme en het gebrek aan sociale verantwoordelijkheid van de weigeraars.

Zolang een overheid vooral goede vriendjes wil blijven met beide partijen zal zij niet in staat zijn duidelijk gezag uit te oefenen en ervoor te zorgen dat burgers zich houden aan regels en stoppen met elkaar zwart maken.

Wij vinden dat elk mens recht heeft op persoonlijke vrijheid, maar dat deze vrijheid altijd samen hoort te gaan met de plicht om rekening te houden met de belangen van anderen. Kunnen of willen mensen daar niet aan voldoen, dan kunnen we hen daartoe proberen te dwingen, maar we kunnen het ook accepteren als hun persoonlijke keuze en hen erop wijzen dat aan die keuze wel consequenties verbonden zijn. Wij accepteren de keuze, zij accepteren de consequenties, dat is niet iets waar je je dan nog over kunt beklagen. Wanneer je je niet wilt verzekeren tegen brand, zul je zelf de kosten moeten dragen wanneer je huis afbrandt. Dat is vervelend, maar dat is een risico dat je welbewust nam. Bij vaccinatieweigeraars zou dit kunnen betekenen dat zij verminderd deel kunnen nemen aan het sociale leven en dat, mochten zij zelf covid krijgen, hun ziektekosten niet of slechts gedeeltelijk zouden worden vergoed.

Geen mens is hetzelfde en een samenleving is een verzameling van heel verschillende ideeën, overtuigingen, ervaringen, posities en belangen. Het is de kunst om ondanks deze verschillen toch zo samen te leven en samen te werken dat iedereen zo veel mogelijk tot zijn recht komt. Alleen dan kunnen we werkelijk in vrijheid samenleven.

In ons boek “De gulden middenweg” bespreken we uitgebreid wat rechtvaardig gezag zowel in een gezin als in de samenleving inhoudt.

IN VRIJHEID SAMENLEVEN (1)

11 augustus

Sonja Bouwkamp

Willen wij in een gezin van de omgang met elkaar kunnen genieten, dan is het belangrijk dat er regels en afspraken zijn die de onderlinge omgang in goede banen leiden. En dat lukt alleen wanneer de ouders samenwerken en in staat zijn het juiste gezag over hun kinderen uit te oefenen. In een gezin is het bijzonder irritant wanneer het ene kind de baas speelt over het andere zonder dat de ouders ingrijpen. Of dat het ene kind zich netjes aan de regels en de afspraken houdt en het andere niet, zonder dat dit consequenties heeft. Wanneer een kind zich niet aan afspraken wenst te houden en niet zijn aandeel wil leveren aan het gezinsleven, dan zal het moeten leren dat dit zijn persoonlijke keuze is en dat er aan elke keuze een consequentie kleeft die het zelf zal moeten dragen. Zodra een kind ervaart dat het de consequenties van zijn keuzes moet accepteren, leert het verantwoordelijkheid dragen voor het eigen gedrag en de eigen keuzes en dat er dus geen vrijheid van keuze bestaat zonder verantwoordelijkheid. Kinderen leren dit niet wanneer hun ouders niet in staat zijn duidelijk en rechtvaardig gezag uit te oefenen. In plaats daarvan zullen ze onderling gaan ruzie maken en als vechthanen tegenover elkaar komen te staan.

 

Hetzelfde geldt voor een samenleving. Willen wij als burgers prettig kunnen samenleven en samenwerken dan zijn er regels en wetten nodig om de onderlinge omgang te regelen en we worden als burgers geacht ons daaraan te houden. Doet iemand dit niet, dan verwachten we dat de overheid als een goede en rechtvaardige ouder optreedt en dit niet laat passeren.

 

Zowel in een gezin als in de samenleving wordt dit gezien als een gerechtvaardigde beperking van de individuele “vrijheid”. Wanneer vrijheid betekent dat je geen rekening hoeft te houden met anderen, verwordt het tot vrijblijvendheid of zelfs tot losbandigheid.

 

Niemand ervaart het als een aantasting van de persoonlijke vrijheid dat er verkeersregels zijn en dat we voor een rood stoplicht moeten stoppen. Doet iemand dit niet, dan vinden we het normaal dat hieraan consequenties verbonden zijn. En wanneer mijn buurman vindt dat belasting betalen misschien wel in het algemeen belang is, maar dat hij het daar persoonlijk niet mee eens is en dat hij dus de vrijheid neemt niets af te dragen, dan vinden wij niet dat dit zijn goed recht is en dat wij daar dus geen mening over mogen hebben of consequenties aan verbinden.

In ons boek “De gulden middenweg” gaan wij in op wat keuzevrijheid is en wat de verantwoordelijkheidsmoraal inhoudt die hier richting aan geeft.

DISCUSSIËEREN OF PRATEN

01 juli

Sonja Bouwkamp

Om contact te maken communiceren mensen met elkaar. In de ontwikkeling van de mensheid is taal de belangrijkste manier geworden waarop wij met elkaar communiceren. Met taal geven wij vorm aan onze intermenselijke relaties en tegelijk zijn deze relaties de bron van onze taalontwikkeling. Wij leren taal door met elkaar te communiceren via woord en gebaar.

In ons verbale contact met anderen kunnen we grofweg twee manieren van communiceren onderscheiden: discussiëren en samen praten. Veel mensen denken dat ze met elkaar praten wanneer ze discussiëren. Niets is echter minder waar.

Bij discussiëren is er in feite sprake van éénrichtingsverkeer. Je informeert de ander over hoe je over iets denkt, je deelt iets mee. Daarbij ben je vooral met jezelf bezig en minder met hoe de boodschap bij een ander overkomt. Mensen die discussiëren luisteren meestal ook niet echt. Ze zijn niet op zoek naar de boodschap van de ander, noch naar de betekenis daarvan. Ze zoeken naar het punt waarop ze de discussie aan kunnen gaan, het punt waarmee ze het niet eens zijn. Bij een discussie wordt het standpunt van de ander aangevallen, meestal met argumenten die moeten aantonen waarom dat standpunt niet klopt. Het gaat erom wie gelijk heeft of gelijk krijgt, wie wint of verliest. Een discussie is een welles-nietes spel, een of-of manier van praten: of jij hebt gelijk of ik! Discussiëren werkt polariserend.

Mensen die met elkaar praten zijn meestal oprecht geïnteresseerd in elkaars standpunt. Beide standpunten kunnen worden gerespecteerd, ook al ben je het inhoudelijk niet met elkaar eens. Bij samen praten is er altijd sprake van tweerichtingsverkeer, je deelt jezelf met de ander en bent geïnteresseerd in diens reactie. Mensen die samen praten luisteren meestal aandachtig naar elkaar. Ze willen begrijpen welke boodschap de ander heeft en proberen te begrijpen wat die boodschap voor hen betekent. Het is een en-en manier van praten: we hebben beiden een visie en die verschillen van elkaar. Hoe zit dat precies en wat kunnen wij van elkaar leren?

Discussiëren is meer een functie van de autonomie, van de zelfprofilering. Samen praten leidt meestal tot verbondenheid.

In ons boek “De gulden middenweg staan wij uitgebreid stil bij alle aspecten die communiceren tot een polariserend of tot een verbindend proces kunnen maken.

VRIJE WIL OF EIGEN WIL

10 mei

Sonja Bouwkamp

Elma Drayer schreef onlangs in haar column in De Volkskrant over de vrije wil op een manier die mij uit het hart gegrepen is. Op elegante wijze veegt ze de vloer aan met het zo’n tien jaar geleden in zwang zijnde idee onder veel neurowetenschappers en filosofen dat de mens gereduceerd kan worden tot zijn brein. Onze hersenen zouden ons hele doen en laten regeren en wij zouden dus niet in staat zijn zelf beslissingen te nemen of keuzes te maken. Het hele bestaan van een zelf werd in twijfel getrokken. Want wie was dat en waar was dat zelf dan gelokaliseerd in de hersenen?

De laatste jaren raakte het thema dat de vrije wil een illusie was weer wat uit de mode om nu een eigentijdse revival door te maken in de vorm van privileges die ons maken tot wie wij zijn. De macht van de zeven vinkjes is een term die bedacht is door journalist Joris Luyendijk. Een van de radicaalste vertolkers van dit uitgangspunt is filosoof en jurist Juriën Hamer. In het Vlaams dagblad De Morgen beweert hij onomwonden dat “de vrije wil een gevaarlijke leugen” is. Wij worden immers volledig bepaald door onze hersenen, genen, verleden en huidige ervaringen.

In ons boek “De gulden middenweg” proberen wij deze hele discussie over wel of geen vrije wil voor eens en voor altijd te ontzenuwen. Want natuurlijk is het zo dat een werkelijk vrije wil niet bestaat. Wij worden altijd mede bepaald door waar onze wieg stond en wat wij tijdens ons opgroeien meekrijgen aan kennis en ervaring. Maar dat betekent nog niet dat wij daar vervolgens niets meer over te zeggen hebben. Wij zijn het nog altijd zelf die een beslissing nemen of een keuze maken en daar zijn wij dan ook zelf verantwoordelijk voor, hoe lastig onze geschiedenis ook was of onze situatie is. De mens mag dan geen vrije wil hebben, hij heeft wel een eigen wil.

De manier waarop wij ons door onze omstandigheden laten beïnvloeden en de effecten daarvan op ons handelen zijn wel degelijk onze eigen verantwoordelijkheid. Het blijft altijd onze verantwoordelijkheid om stil te staan bij en te beseffen wat we doen en wat daarvan het effect is op ons eigen en andermans leven. Wij kunnen ons altijd afvragen of wat wij doen ook werkelijk is wat wij willen doen. Onze wil mag dan niet volledig vrij zijn, dat maakt ons niet tot willoze wezens. Wij hebben zo goed als allemaal het vermogen om een onderscheid te maken tussen goed en kwaad, tussen wat we beter wel en wat we beter niet kunnen doen.

Het is precies dit vermogen en ons vermogen om hier zelf keuzes in te kunnen maken waarop de hele menselijke beschaving is gegrondvest.

OP DE DREMPEL VAN EEN NIEUW TIJDPERK

16 maart

Sonja Bouwkamp

Onze westerse samenleving met al zijn verworvenheden en al zijn kennis en kunde dreigt vast te lopen in een te grote focus op expansie van de eigen welvaart, op bescherming van de eigen levensstandaard, op de eigen zelfverwerkelijking en de eigen vrijheid. De mens neigt er van nature toe eenzijdig zijn verworvenheden uit te bouwen en te vergroten, waardoor een disbalans kan ontstaan. De waardeoriëntaties van het ik-tijdperk neigen door te schieten, waardoor de maatschappij in toenemende mate kan polariseren.
Mensen lijken er steeds banger voor te worden door andere culturen te worden overspoeld en de eigen verworvenheden, de eigen identiteit te verliezen. Ook de toenemende globalisering draagt bij aan een drang de eigen kleur te behouden en zich af te zetten tegen invloeden van buitenaf.
De tijdgeest van nu is er een van polarisatie en populisme. De normen en waarden die daaruit voortvloeien leiden tot splitsing, strijd, vijandigheid en vernietiging. Dat is niet bepaald de weg naar een vreedzaam, succesvol en duurzaam leven!
Maar populisme wil ook een antwoord geven op het tijdens het ik-tijdperk verloren gegane gevoel van saamhorigheid. Bij populistische groeperingen heerst echter meestal de norm dat saamhorigheid betekent dat iedereen er dezelfde mening op na moet houden, om zo één front tegen de buitenwereld te vormen. Diversiteit wordt niet geambieerd.


Willen wij effectief het hoofd bieden aan polarisatie en populisme, dan moeten we die niet bestrijden, maar een eigen vorm van gemeenschappelijkheid nastreven, die van de betrokken, sociale samenleving, waar plaats is voor iedereen en waar diversiteit wordt toegejuicht. Waar de eigen waarden veilig zijn, maar waar ook ruimte is voor het andere en het nieuwe.


Pas wanneer we ons deze noodzaak bewust worden zal de tijdgeest veranderen. En pas wanneer de tijdgeest verandert kan er een nieuw tijdperk aanbreken, een tijdperk van integratie van dat wat anders is.
In ons boek “De gulden middenweg” geven wij op systematische wijze aan hoe polarisatie kan worden voorkomen en wat we kunnen doen om polen zo met elkaar te verzoenen dat er een dynamisch evenwicht ontstaat.

OP WEG NAAR EEN NIEUWE SAMENLEVING

21 februari

Sonja Bouwkamp

Wij zijn allemaal deel van een groter geheel, van een maatschappij, ook al hebben wij vaak het gevoel dat de maatschappij ons bepaalt en niet dat wij samen de maatschappij vormen. Door de stroperige bureaucratie van maatschappelijke systemen raken mensen ontkoppeld van de samenleving waar zij deel van uitmaken. Wanneer dit lang duurt gaan mensen meestal spontaan op zoek naar een nieuw samen, een nieuw gevoel van saamhorigheid, vaak door buiten de gevestigde orde om van onderaf eigen initiatieven te ontplooien.

Maatschappelijke veranderingen zijn zelden het gevolg van van boven af opgelegde regels en sancties. Zij ontstaan meestal organisch, door een van binnenuit gevoelde noodzaak. Ze beginnen op de onderste tree van de ladder, bij elk mens zelf. Niet de top, de overheid, is uiteindelijk bepalend voor hoe onze samenleving functioneert, maar wij allemaal zelf en samen.

Op dit moment zien we veel groepen ontstaan, vaak zonder duidelijke leiders, die zichzelf organiseren rond een als gemeenschappelijk ervaren belang. Elke goede samenwerking functioneert volgens het beginsel van gelijk belang. Ook al zijn we verschillend, we hebben allemaal hetzelfde belang bij samenwerking en dat belang streven we na in plaats van onze verschillen uit te vergroten en elkaar te bestrijden. Polarisatie staat elke vorm van samenwerking in de weg.

Om succesvol een nieuwe, betere samenleving vorm te geven is het nodig dat we daarbij een gemeenschappelijk gedragen en oprechte motivatie hebben, een overeenkomstig doel. Maar nog belangrijker is het om vooral onze onderlinge verschillen niet af te wijzen. Wij zijn allemaal verschillend, ook in de manier waarop we onze doelen nastreven.

De sleutel tot succes ligt in de inclusieve samenleving, een samenleving waarin we streven naar de integratie van verschillen, in plaats van dat we polariseren en alles wat anders is proberen uit te sluiten.

Ons boek “De gulden middenweg” wil een leidraad zijn voor een dergelijke samenwerking. Het biedt op alle belangrijke levensgebieden een moreel kompas voor depolarisatie en integratie.

NAAR EEN MOREEL KOMPAS VOOR EEN NIEUWE TIJD #03

12 januari

Sonja Bouwkamp

Deugdzaamheid is een woord dat dringend aan herwaardering toe is.

Over het algemeen wordt het geassocieerd met stoffig, oubollig, saai en hopeloos ouderwets. Maar in feite betekent het niets anders dan dat wij een aantal essentiële deugden nastreven die ons helpen een goed mens te zijn.

Aristoteles wordt gezien als de vader van de deugdenleer. Deugden bestaan volgens hem uit het positieve midden tussen twee negatieve extremen. Je moet er dus voor zorgen dat je noch in het ene uiterste terechtkomt noch in het andere, maar dat je er precies de middenweg tussen vindt.

In ons boek “De gulden middenweg” zien wij deugden echter als de verbinding tussen twee op zich positieve polen, waarbij het juist de kunst is om zowel de ene pool als de andere pool te erkennen en te omarmen.

 Aristoteles noemt dapper zijn het positieve midden tussen de uitersten laf en vermetel. Wij zien dapper zijn als de integratie van angst en ondernemingslust.

De ondernemingslust zorgt ervoor dat we ergens op af durven gaan, de angst dat we daarbij behoedzaam blijven. Samen zorgen ze ervoor dat ons dappere gedrag succesvol kan zijn.

Mensen zijn niet zomaar personen met een aantal eigenschappen die samen onze identiteit vormen. Uniek voor de mens is dat wij tweeslachtige wezens zijn, een vat vol tegenstrijdigheden, waarbij we dan weer de ene kant op willen en dan weer de andere. De worsteling tussen deze tegengestelde kanten is de kern van en de motiverende kracht in ons bestaan.

Om ons te helpen in dit krachtenveld de juiste keuzes te maken hebben wij een duidelijk moreel kompas nodig met helder omschreven deugden die ons de weg kunnen wijzen naar een goed en betekenisvol leven.

De weg daarnaartoe noemen wij de gulden middenweg.

NON-DUALISME EN EVENWICHTIG LEVEN

22 december

Roel & Sonja Bouwkamp

Voor de nieuwe opname van hun podcast ‘Waar het op neer komt’ hadden Sonja en Thijs Patrick Ricken uitgenodigd. Aangezien Patrick in zijn eigen podcast regelmatig enthousiast praat over het tot nu toe voor ons niet zo bekende ‘non dualisme’, werden wij nieuwsgierig en besloten wij ons er verder in te verdiepen.

 

NON DUALISME

Non dualisme, ook wel Advaita Vedantie genoemd, is een van oorsprong hindoeïstische filosofie uit het oude India. Het wordt gezien als een van de klassiek Indische wegen om verlichting te bereiken.

A-dvaita is een Sanskriet woord en betekent letterlijk ‘niet-tweeheid’, vandaar ook de term non-dualisme. Volgens deze levensbeschouwing is alles gebouwd uit dezelfde bouwstenen en komt voort uit dezelfde bron: energie. Het gaat hier om de totaal inclusieve eenheid, waarin alles met elkaar in verbinding staat.

Zo kunnen bijvoorbeeld de afzonderlijke polen van een polariteit niet zonder elkaar. Als een magneet geen minpool heeft, dan werkt ook de pluspool niet. Dit betekent dat de beide polen samengaan. Ze zijn weliswaar tegenovergesteld aan elkaar, maar ze vullen elkaar ook aan. Niets staat los van elkaar. Dat geldt niet alleen voor tegenpolen, maar voor alles. Wij staan met alles in verbinding. Alles wat je doet staat niet op zichzelf, maar staat altijd in relatie tot iets anders.

 

DUBBELE RELATIE VAN DE TEGENPOLEN MET ELKAAR

Tot zover kunnen wij deze filosofie goed volgen en zelfs onderschrijven. Maar dan gaat het non-dualisme een stap verder door te stellen dat de tegenpolen niet alleen niet in strijd zijn met elkaar, maar dat ze zelfs elkaar zijn! Alles in de wereld is fundamenteel zowel yang en yin. De non-dualiteit houdt ons voor dat goed ook slecht is en slecht ook goed.

En hier scheiden onze wegen. In ons boek ‘De gulden middenweg. Evenwichtig leven met tegenpolen’ (2019) maken wij duidelijk dat de relatie tussen de polen van een polariteit het beste aangeduid kan worden als wederzijds aanvullend (complementair) en potentieel conflicterend. Zoals bijna alles in ons leven twee kanten heeft, zo hebben ook de onderscheiden polen van een polariteit een dubbele relatie met elkaar.

Het belang van wederzijdse aanvulling ligt in het scheppen van de mogelijkheid om beide polen evenwichtig te realiseren, zodat er een balans ontstaat. Wanneer wij in een samenwerkingsrelatie zowel opkomen voor onze eigen belangen als ook rekening houden met de belangen van de ander creëren wij voorwaarden voor een balans, die een succesvolle samenwerking kenmerkt.

Polen zijn weliswaar tegengesteld, maar behoeven niet per se tegenstrijdig te zijn. Pas wanneer ze proberen elkaar uit te sluiten, ontstaat er spanning, strijd, scheiding en polarisatie. Wanneer wij in een samenwerkingsrelatie alleen oog hebben voor onze eigen belangen en die van de ander negeren, mislukt de samenwerking. En omgekeerd, wanneer wij alleen maar oog hebben voor de belangen van de ander en onze eigen belangen niet behartigen, gaat de samenwerking ten koste van onszelf en is zij ook niet succesvol.

Omdat de polen in alle dimensies van ons mens-zijn niet alleen complementair zijn, maar ook potentieel conflicterend, mag duidelijk zijn dat het voor de mens geen eenvoudige opgave is om in dit spanningsveld tussen beide polen een goed midden, een dynamisch evenwicht te vinden. Onze conclusie is dan ook dat ‘alles niet één is’ en dat ‘de polen niet elkaar zijn’, maar alles in beweging is, een dynamisch proces tussen de polen van de polariteiten in alle dimensies van ons mens-zijn is, een permanente zoektocht naar evenwicht en balans.

 

ONDERSCHEIDING IN PLAATS VAN SCHEIDING

Het non-dualisme is een levensbeschouwing die ervan uitgaat dat alles en iedereen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Omdat die verbondenheid zo hecht is, vatten non-dualisten alles ook op als één geheel. Zo ben ik jij en ben jij ik. Het afgescheiden individu bestaat niet. Er bestaat volgens het non-dualisme feitelijk geen scheiding. Iedere scheiding is een illusie. Er zijn geen afgescheiden dingen, want er is alleen maar eenheid.

Hier wreekt zich volgens ons het probleem dat in het non-dualisme geen onderscheid wordt gemaakt tussen scheiding en onderscheiding. Zo kunnen wij ons weliswaar niet scheiden van anderen, maar wel onderscheiden. Het is zelfs zo, dat er zonder onderscheid geen verbinding mogelijk is en zonder verbinding geen onderscheid. Verbinding bestaat bij de gratie van differentiatie en differentiatie bij de gratie van verbinding. In feite zijn wij dus niet elkaar, ik ben niet jij en jij bent niet mij. Wij zijn niet één, want dan is er ook geen verbinding mogelijk, dan is er slechts één confluent geheel. Maar het is wel zo dat ik niet zonder jou kan en jij niet zonder mij. Jij en ik zijn onderscheiden, ook al zijn we in de verbinding een wij.

 

VERLANGEN OP TE GAAN IN DE EENHEID

Er zijn volgens het non-dualisme twee manieren om naar onszelf en de wereld te kijken. Het dualisme gaat uit van een scheiding tussen onszelf en de wereld, tussen lichaam en geest, terwijl het non-dualisme uitgaat van een samenhang, een samenvloeien van onszelf en de wereld. De wereld zit in ons en wij zijn in de wereld. Het non-dualisme zet zich zo af tegen het dualisme.

De uitspraak dat wij allen één zijn zouden wij af kunnen doen als onzin, maar dan begrijpen wij niet wat de functie is van deze uitspraak. De uitspraak komt volgens ons voort uit of hangt samen met het verlangen om op te gaan in de eenheid, om terug te gaan naar de oorsprong van alles, naar ‘het paradijs’, waarin wij allen nog één waren. Maar die Eenheid, het Nirwana, het Niets was er echter vóór de schepping van de kosmos. Met de schepping zijn wij uit het Niets, uit de Eenheid, uit het Paradijs geknald. En met de oerknal van de schepping werd de Eenheid van het Niets gespleten. Er ontstond leven en zijn tegenpool de dood. Alles werd dubbel. Centrifugale krachten dijen het heelal uit en centripetale krachten bundelen het al samen. Met de schepping is alles polair, tweeledig geworden.

Dat alle dimensies van ons mens-zijn gekenmerkt worden door polariteiten tonen wij heel duidelijk aan in ons boek ‘De gulden middenweg.’ Je zou onze benadering kunnen zien als een derde weg, namelijk die tussen het dualisme en non-dualisme in.

En nu wil het non-dualisme weer terug naar die oorspronkelijk eenheid. Maar dat is een kansloze missie, omdat wij de schepping niet ongedaan kunnen maken. Wij zijn zelf een onderdeel van het scheppingsproces. Hooguit kunnen wij in kostbare momenten ervaren hoe wij ons één voelen met de algehele kosmos, hoe wij onlosmakelijk deel uitmaken van alles, van de omringende wereld, van God, van de kosmos. Maar dit zijn slechts kostbare momenten die al snel weer opgevolgd worden door de realiteit van ons dagelijkse leven. Niet dat er iets mis is met die dagelijkse realiteit. maar het komt er wel op neer hoe om te gaan met die realiteit, met alle polen en tegenpolen die ons omringen en die wij zelf zijn en hebben.

 

RELATIE VAN IK EN MIJZELF

Wij komen nu op het punt hoe wij met onszelf en de ander omgaan.

Omdat wij een zelfbewustzijn hebben, kunnen wij ons bewust zijn van wat wij doen en ervaren. Wij kunnen als het ware afstand nemen van onszelf en van daaruit onszelf bezien. ‘Ik geniet ervan hoe ik dat zelf gedaan heb’, of ‘Ik vind dat ik dat niet goed gedaan heb’. Doordat wij afstand nemen van onszelf, ontstaat er een onderscheid tussen ‘ik’ en ‘mijzelf’. Er is zowel een ‘ik’ dat zich bewust is, als een ‘zelf’ waarvan ik mij bewust ben, zowel een ‘kennend’ subject als een ‘gekend’ subject, zowel een ‘waarnemer’ als een ‘waarneming’.

Volgens sommige (strikte) aanhangers van het non-dualisme verkeer je dan in een dualiteit, ervaar je een splitsing, namelijk die van ‘ik’ en ‘mijzelf’. Je probeert dan jezelf te kennen door naar jezelf te kijken en over jezelf te reflecteren. Deze aanhangers van het non-dualisme kiezen niet voor deze weg, omdat jij jezelf in de eerste plaats opsplitst en in de tweede plaats ontkennen ze dat je een relatie met jezelf kunt hebben. Met als argument dat vuur zich ook niet aan zichzelf kan branden.

 Maar voor ons en ook voor de andere, minder strikte aanhangers van het non-dualisme is de uitspraak dat jij jezelf niet kunt kennen, omdat jij jezelf namelijk bent erg kortzichtig. De vergelijking met vuur gaat ook niet op omdat je zelf bewust kan zijn van je bewustzijn.

De minder strikte aanhangers van het non-dualisme gaan ook op een andere manier met de relatie van ‘ik’ en ‘mijzelf’ om. Ook zij maken een onderscheid tussen ‘waarnemer’ en ‘waarneming’. Onder waarnemingen vallen gedachten, gevoelens, behoeften en gedragsimpulsen. Je kunt ze observeren, je hebt ze, maar bent ze niet wanneer je ze observeert. Het zijn manifestaties van de conditioneringen die wij hebben meegekregen uit opvoeding, omgeving en maatschappij. Op basis hiervan is een Zelf, een Zelfbeeld, een Ego gecreëerd. Wanneer je daarnaar kijkt, je daar niet door laat bepalen, bevrijd jij jezelf van je conditioneringen. Zelfrealisatie betekent volgens het non-dualisme los te komen van je conditioneringen en in contact te staan met jouw zelfbewustzijn. Dat bereik je volgens het non-dualisme door te trainen om je gedachten, gevoelens, behoeften en impulsen te observeren en je niet ermee te identificeren, je ervan los te maken.

Zelfbewustzijn moet volgens het non-dualisme op een dieper, non-duaal niveau gebeuren: ontwaking. Ontwaken is ervaren dat jij je bewust bent van jouzelf in de diepste zin: ervaren dat jij de totaliteit bent. Ik en mijzelf, het eerste ‘ik’ is echt, het andere ‘ik’, het ‘zelf’ is het ego, waarvan ik mijzelf moet bevrijden. De weg van bevrijding is die van ontwaken en onthechten van het zelf en het ego om zo ‘de eenheid met alles’ te ervaren.

 

FUNCTIE VAN HET ZELFBEWUSTZIJN: HEBBEN EN ZIJN

Laten wij eerst één zaak rechtzetten. Wanneer ik mij bewust ben van mijzelf, dat wil zeggen van mijn gedachten, gevoelens, behoeften, impulsen, reacties, betekent dat niet dat ik gespleten ben, dat er een scheiding is tussen ‘ik’ en ‘mijzelf’. Ook hier spreken wij van een onderscheid en niet van een scheiding. Er is pas spraken van een scheiding wanneer ik mijn gedachten, gevoelens etc. niet erken, niet onder ogen wil zien.

De grote winst dat Ik naar mijn Zelf, als de verzameling van al mijn conditioneringen, kan kijken, is dat ik besef dat ik mij niet door die conditioneringen hoef te laten bepalen en andere keuzen kan maken. Dat ik bijvoorbeeld de neiging ervaar om iemand op zijn bek te slaan, maar direct daarna besef dat ik dat beter niet kan doen vanwege vervelende gevolgen. Was het eerst zo dat ik mijn gedachten, gevoelens, etc. ben, door mijn zelfbewustzijn bekijk ik deze gedachten, gevoelens etc. die ik heb. Dat wil zeggen, ik ben ze, zoals ik ook mijn lichaam ben, maar omdat ik ze van een afstand bekijk, val ik er niet helemaal mee samen en heb ik ze ook.

Zo heb ik ook een lichaam. Ook hier hebben wij een dubbele relatie met onszelf. Ik ben mijzelf en ik heb mijn Zelf.

 

ONTHECHTEN OF GROEIEN?

Het non-dualisme streeft naar verlichting of ontwaking door ons te bevrijden van de banden met onze conditioneringen, van het Zelf of het Ego en ons zelfbewustzijn op te laten gaan in de kosmische eenheidsbeleving, de ervaring één te zijn met alles.

Wij willen hier twee kanttekeningen bij plaatsen.

Allereerst begrijpen wij heel goed het verlangen om te ontwaken in deze heerlijke eenheidsbeleving met de kosmos, het Nirwana, met God. Maar de eerlijkheid gebiedt ons ook te zeggen dat deze momenten, hoe kostbaar ze ook zijn, slechts momenten in ons leven zijn en niet ons hele leven vullen of kunnen vullen.

In de tweede plaats willen wij er op wijzen dat wanneer het waarnemende ik zich los maakt van het waargenomen zelf, ik opeens zie wat ik doe, wat de betekenis is van wat ik doe. Door ons bewust te worden en te kijken naar onszelf, creëren wij de mogelijkheid om onszelf los te maken van onze conditioneringen. Zo worden wij ons ervan bewust dat wij onze woede, angst etc. niet zijn, maar ervaren/hebben. Door ons op deze wijze los te koppelen van onze automatische reactiepatronen (in de woede, angst schieten), creëren wij een vrije ruimte waarin wij kunnen kiezen voor een meer passende reactie (onze woede en angst in de ogen kijken). Hierdoor wordt ons gedrag creatiever en doeltreffender. Wij leren en ontwikkelen onszelf door stil te staan bij onze reacties, door erover te reflecteren. Zien waar ze vandaan komen en nagaan of wij nog steeds op dezelfde manier willen reageren. Deze mogelijkheid laat het non-dualisme liggen wanneer zij het zelfbewustzijn zich laat onthechten van het zelf en opgaan in de kosmische eenheidsbeleving.

Door meer bewust balans en evenwicht in ons leven te creëren, hebben wij het wellicht ook minder nodig om onszelf te onthechten en op te gaan in die kosmische eenheidsbeleving van het zelfbewustzijn. Wanneer wij van onze ervaringen leren en een goede, dynamische balans vinden tussen bijvoorbeeld ons zintuigelijke gewaarzijn en ons reflectieve bewustzijn, zullen wij beseffen dat wij weliswaar niet meer terug kunnen naar het paradijs, maar wel een hemel op aarde kunnen scheppen. Al houdt dat ook in dat wij in een permanente zoektocht verwikkeld zullen zijn en blijven om meer evenwicht in ons leven te brengen.

NAAR EEN MOREEL KOMPAS VOOR EEN NIEUWE TIJD #02

08 december

Sonja Bouwkamp

Het hebben van een helder moreel kompas voorziet in een aantal wezenlijke behoeften zoals structuur, veiligheid, steun, troost, inspiratie en zingeving. In onze tijd lijkt een dergelijk moreel kompas soms ver te zoeken. De grenzeloosheid waarmee mensen soms alleen op zichzelf gericht kunnen zijn, hoe zij met name via de sociale media op elkaar reageren, het gemak waarmee zij elkaar monddood slaan en hun directe impulsen volgen, zonder zich af te vragen wat zij daarmee aanrichten in het leven van anderen, is vaak schokkend. In dergelijke situaties lijkt het erop dat we vrij klakkeloos onze oerdriften volgen en dat we onszelf nog nauwelijks censureren. Dit alles vaak onder het motto: ik ben vrij om te zijn wie ik ben en om te zeggen wat ik vind!

Maar vrijheid impliceert ook verantwoordelijkheid. Vrij zijn houdt met name in dat we een keuze hebben en daarmee de mogelijkheid om juist niet te zeggen wat we vinden of op zijn minst dat we er op letten hoe wij dat zeggen. Wij mensen hebben de mogelijkheid om boven onszelf uit te stijgen, ons in te houden en ons te laten leiden door morele waarden als respect, loyaliteit, empathie, begrip en waardigheid. Deze waarden hangen niet in de eerste plaats samen met het recht dat we hebben om onszelf te zijn en ons vrij te uiten, maar met wat voor mens we willen zijn en hoe we met onszelf en elkaar om willen gaan. Het gaat er dan niet zozeer om dat we vrijuit zijn wie we denken te zijn, maar dat we ons beraden op wie we eigenlijk willen zijn. En de meeste mensen willen als het erop aankomt het liefst een fatsoenlijk, goed en deugdzaam mens zijn.

NAAR EEN MOREEL KOMPAS VOOR EEN NIEUWE TIJD #01

11 november

Sonja Bouwkamp

De hedendaagse mens worstelt met een diep ervaren gevoel van zinloosheid. De bindende moraal van oude normen en waarden is grotendeels verdwenen en er is geen nieuwe voor in de plaats gekomen. Vroeger werden veel vragen beantwoord binnen een stevig aanwezig waarden en normensysteem. Tegenwoordig leven we in een wereld waarin alles lijkt te moeten kunnen en alles mogelijk is. De keuzevrijheid op elk gebied is nog nooit zo groot geweest. Dit betekent naast een grote vrijheid ook dat de mens voortdurend keuzes moet maken en zich daarbij aanhoudend afvraagt, of hij daarbij wel de juiste keuzes maakt en wat eigenlijk de zin is van al die verworvenheden. We stellen onszelf vragen als “waar ben ik eigenlijk mee bezig, waarom doe ik wat ik doe, wat is de waarde daarvan?” Ieder van ons lijkt in zijn eentje een antwoord te moeten vinden op de fundamentele vraag naar de betekenis van ons leven.

Betekenisgeving is een belangrijk element in het menselijk leven. Zonder betekenis lijkt het leven leeg, zoals de ogen van een alzheimer patiënt leeg zijn omdat wat hij ziet geen betekenis meer voor hem heeft. Wanneer dingen geen betekenis voor ons hebben, kunnen wij ze niet meer “opslaan”. Ons bewustzijn heeft de betekenis van een ervaring nodig om te beseffen wat de waarde daarvan is. En omdat we ons bewust zijn van het feit dat we leven willen we ook de betekenis en de waarde daarvan doorgronden. Zodat het voor ons zin heeft het goede na te streven. Wat wij daarbij dringend nodig hebben is een nieuw moreel kompas.

IS ZINVOL LEVEN SUCCESVOL LEVEN?

26 oktober

Sonja Bouwkamp

Een zinvol leven wordt vaak gelijkgesteld met een succesvol leven.

Een leven vol ondernemingslust en actie. De huidige tijd kent de tirannie van de perfectie en een constante druk om vooral mooi, leuk, bijzonder en geslaagd te zijn. De sociale media staan hier bol van en met name influencers spelen met graagte in op deze tendens. Ook in de opvoeding ligt tegenwoordig sterk de nadruk op zelfontplooiing en het benutten van talenten.

Waar veel minder de nadruk op ligt, is hoe er vervolgens met die talenten wordt omgegaan en welk doel ze dienen. Deze eenzijdige oriëntatie kan er voor zorgen dat wij onze talenten uiterst goed benutten, maar ondertussen lak hebben aan wat de consequenties daarvan zijn voor anderen en het voortbestaan van de wereld. De kans bestaat dat de voortdurende nadruk op technologische vernieuwing en economische groei een eenzijdig en te positief beeld schept van wat heden ten dage mogelijk is. Namelijk het beeld dat ongeremde groei de weg is naar een betere wereld.

Wanneer we daarin geloven dan kunnen we ook stellen dat het vooral belangrijk is onze kinderen klaar te stomen voor een wereld waarin het vooral om technologische en economische vooruitgang gaat. De brede context van het leven raakt dan uit zicht.

Wanneer de nadruk minder zou komen te liggen op wat we doen en bereiken in het leven, maar meer op hoe we dat leven leven, dan komt een zinvol leven in een ander licht te staan. Dan is zinvol leven niet zozeer een succesvol leven, maar eerder een moreel goed leven.

En dan is het niet alleen belangrijk dat wij onze kinderen helpen zichzelf te verwerkelijken en ontplooien, maar ook dat we hen leren betrouwbare, eerlijke, vriendelijke en empathische volwassenen te worden met een ruim hart voor zichzelf, maar ook voor anderen. Een zinvol leven wordt dan gezien als een leven waarin wij een moreel kompas hanteren en de juiste deugden nastreven.

Precies daarom hebben wij in ons boek “De gulden middenweg” bij elke dimensie van het menselijk leven een centrale deugd geformuleerd die ons kan helpen in de wirwar van mogelijkheden de juiste keuze te maken. Een keuze die getuigt van besef van normen en waarden en van respect voor anderen en de omringende wereld. Maar ook voor jezelf en de eigen talenten, want ook zelfrespect is een deugd.

DE VRIJE WIL

20 september

Sonja Bouwkamp

De vrije wil is in feite een abstractie, maar daarom nog geen illusie.

In bepaald opzicht is zij onderdeel van ons evolutieproces. De mens is er steeds beter in geworden om de gevolgen van zijn handelen te overzien en te voorzien, om na te denken, te  argumenteren en zaken te overwegen en op grond daarvan doordachte keuzes te maken. Vaak wordt gedacht dat een vrije wil inhoudt dat je onbelemmerd kunt doen waar je zin in hebt. Gedeeltelijk is dat waar, maar het hebben van een vrije wil, van een keuzemogelijkheid, betekent met name dat wij in staat zijn onze impulsen te beheersen. Een vrije wil hebben betekent dan vaak niet “doen wat je wilt”, maar juist “niet doen wat je zou willen”. Met name dit aspect van de vrije wil maakt ons vrij, omdat wij niet bepaald worden, maar zelf ook nog iets te zeggen hebben over wat wij wel of niet doen.

Wanneer wij zouden stellen dat de mens niet in staat is, niet vrij is om zelf morele en rationele beslissingen te nemen, dan kunnen we voor onze daden ook niet verantwoordelijk worden gesteld. We kunnen daar dan immers niets aan doen.

En evenmin heeft het dan nog zin onze kinderen op te voeden tot moreel goede mensen die het verschil kennen tussen wat wel en niet deugt. Daar hebben ze dan immers toch geen greep op?

Absolute vrije wil bestaat natuurlijk niet. Niemand is een onbeschreven blad en vrij van invloeden. We hebben allemaal te maken met wie we zijn en waar we ons bevinden in plaats en tijd. Maar dat betekent nog niet dat wij geen invloed zouden hebben op hoe wij met wat er in en om ons heen gebeurt omgaan. Onze reacties daarop, ons gedrag, ligt in principe niet vast. Wij kunnen daar zelf keuzes in maken en zijn voor die keuzes ook zelf verantwoordelijk. Wij hebben als mens het vermogen om bewust controle te hebben over onze daden en over ons gedrag. Precies dat is wat we beschaving noemen!

In ons boek “De gulden middenweg” maken wij duidelijk dat wij mensen dan wel geen vrije wil hebben, maar wel een eigen wil. Dat wij zelf keuzes kunnen maken in wat wij wel willen doen en wat juist niet. Deze eigen wil is gebaseerd op onze keuzevrijheid en het juist dit gegeven dat ons in hoe wij ons leven leven een grote mate van vrijheid schenkt.

BEWUSTZIJN EN VERANTWOORDELIJKHEID

14 juli

Sonja Bouwkamp

Wij hebben nog geen flauw idee wat bewustzijn eigenlijk precies is. Hoe kan het dat een verzameling niet-bewuste materie zich bewust kan zijn van zichzelf? Niemand die het weet.

Wat we wel weten is dat onze geest een samenspel is van bewuste en onbewuste processen, die voortkomen uit de samenwerking tussen hersenen en sociale omgeving. Het bewuste en onbewuste functioneren van onze psyche zijn daarbij onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zij spelen voortdurend op elkaar in en onderhouden een complexe samenwerkingsrelatie.

Bewuste en onbewuste processen zijn constant gaande, daar kunnen we weinig aan doen. Dat maakt het lastig om daar vanuit een moreel oogpunt iets over te zeggen. Maar we hebben wel degelijk iets te zeggen over de manier waarop we die processen gebruiken om tot handelen over te gaan. Juist omdat wij een bewustzijn hebben en dus stil kunnen staan bij onszelf en na kunnen denken over onszelf en over wat wij al dan niet doen, hebben wij moreel gezien ook de verantwoordelijkheid om te beseffen wat het effect van ons doen en laten is op ons eigen en andermans leven. Wij hebben het vermogen om zelf te beslissen wat wij wel of niet doen, hoezeer wij daarbij vaak ook buiten onze wil om beïnvloed worden door anderen of door onze situatie. En omdat we dit zelf kunnen bepalen zijn we er ook zelf verantwoordelijk voor.

Ook voor onze onbewuste processen dragen wij een zekere verantwoordelijkheid, ook al voltrekken zij zich voor een groot deel buiten ons zicht om. Want onbewust aangestuurde handelingen kunnen wij wel registreren en ervaren en we kunnen ons afvragen of wat wij doen ook is wat wij willen doen. Bewust en onbewust werken voortdurend samen en zijn niet van elkaar te scheiden, evenmin als de verantwoordelijkheid daarvoor. Ook al kunnen wij misschien niet altijd verantwoordelijk worden gesteld voor wat zich onbewust in ons afspeelt, wij zijn wel altijd verantwoordelijk voor de manier waarop onze bewuste en onbewuste processen samenwerken en voor alles wat wij op grond daarvan doen of juist niet doen.

In ons boek “De gulden middenweg” besteden wij uitgebreid aandacht aan de wisselwerking tussen bewuste en onbewuste processen en hoe een verantwoordelijkheidsmoraal ons kan helpen ons bewust te worden van de keuzes die wij daarin maken.

OP ZOEK NAAR EEN MOREEL KOMPAS?

20 juni

Roel Bouwkamp

Sywert van de mondkapjes hoopte na zijn verheimelijkte miljoenenwinst zich met het ‘opstellen van een moreel kompas te rehabiliteren.

 

Het CDA was na een donatie van meer dan een miljoen euro van leiderschap gewisseld, met alle commotie van dien.

Waar geld en macht triomferen daar ontbreekt de moraal.

Voortaan dan toch maar van tevoren een moreel kompas opstellen?

zie voor een universeel moreel kompas ons boek ‘de guldenmiddenweg’ en lees hier meer over ons hoofdstuk ‘meervoudig moraal’

VAN NIET WETEN NAAR WETEN

14 juni

Sonja Bouwkamp

Omdat wij een geestelijk wezen zijn en ons van onszelf en onze omgeving bewust zijn kunnen wij denken, reflecteren, kennis vergaren en keuzes maken. Wij mensen onderscheiden ons met name van andere zoogdieren door ons bijna onbeperkte voorstellingsvermogen en ons vermogen tot reflecteren. Wij leven in het hier en nu, maar kunnen daarbij zowel voor als achteruit denken.

Ons denken is een vaardigheid die erop gericht is de chaos van het bestaan begrijpelijk te maken. Onze geest is er voortdurend op gericht om herkenbare patronen te ontdekken en die van betekenis te voorzien. Ons bewustzijn maakt daarin aan de lopende band keuzes.

De onbegrijpelijkheid van het leven is voor de mens een motiverende kracht om te willen weten. Zolang er dingen zijn die we niet begrijpen en waar we wel nieuwsgierig naar zijn, blijven we voortgaan en blijven we ons ontwikkelen.

Op deze manier de mens op een hoger plan tillen, een steeds hoger bewustzijn bereiken, geeft ons leven zin. Zo zijn wij een schakel in de evolutie. Iedere generatie kan nieuw kennen en kunnen toevoegen aan de vorige generatie en achterlaten voor de volgende.

Van niet-weten naar weten groeien verleent ons leven inhoud en betekenis. En zolang er achter elke ontdekte laag een nieuw mysterie schuilt blijven we in beweging, blijven we zoeken, ontwikkelen en groeien. En blijft het leven dus zin hebben.

Om dit te bereiken moeten wij bewust leven, bewust-zijn. Daar is aandacht voor nodig. Wij kunnen ons alleen maar van iets bewust zijn wanneer wij daarbij stil staan. Waar wij geen aandacht aan schenken gaat aan ons voorbij. Stilstaan lijkt op dit gebied dan ook de snelste manier om vooruit te komen in ons streven naar en steeds bewuster, steeds betekenisvoller leven.

In ons boek “De gulden middenweg” gaan wij uitgebreid in op de verschillende functies van ons bewustzijn en het grote belang om daarbij als mens aandachtig in het leven te staan.

HET ZIJN MENSEN

20 april

Roel Bouwkamp

Voormalig gevangenisdirecteur Frans Douw schreef het boek ‘Het zijn mensen’ over zijn loopbaan en de levens van gedetineerden. Hij zegt ‘Als je het verschil wilt maken in zo’n wereld en mensen wilt verbinden, dan moet je leren dat er een verschil is tussen wat iemand doet en wie de persoon is. Het levert ontzettend veel vrijheid en mogelijkheid tot verbinding op, wanneer je jezelf ervan weerhoudt om in hokjes te denken. En wanneer je naar iemand kijkt je af te vragen: welke kanten heeft hij of zij nog meer?’

Gedetineerden moeten we volgens hem niet onderschatten. ‘Ze hebben levenskracht, talent en energie. Je kan ze zien als een gevaarlijke club mensen, maar je kan ook bedenken dat het mensen zijn die iets willen betekenen voor hun gezin, willen bijdragen aan het leven daarbuiten en gewoon eens willen horen dat ze iets tofs hebben gedaan. En daarin verschillen ze niet van jou en mij.’

Zijn verhaal onderstreept het belang van positieve openheid die wij voor leidinggevenden beschreven hebben.

CULTUURREALISME IN DE PRAKTIJK

25 april

Roel Bouwkamp

In de talkshow Op1 met Lale Gül, de jonge Turkse vrouw die bedreigd werd vanwege haar kritiek op haar streng islamitische gezin, opgeschreven in haar boek ‘Ik wil leven’ werd zij bijgestaan door de Turkse schrijfster en columniste Yesim Candan. In deze tv-uitzending pleitte Candan hartstochtelijk voor meer zelfreflectie in de Turkse gemeenschap.

Meteen daarna werd zij gebeld door een Turkse journalist van een Turkse krant, die zich afvroeg hoe hij het woord zelfreflectie moest vertalen. In Turkije bestaat namelijk niet eens een woord voor zelfreflectie, wat volgens Candan natuurlijk al genoeg zegt. Terwijl zelfreflectie bij geestelijke ontwikkeling hoort. Zij zegt dan ook treffend:’ Zolang je niet kunt kijken wat er mis is en je uitsluitend focust op je eergevoel, op dat enorme ego, dan kun je niet groeien, als mens niet en als volk niet’.

Dat laatste wordt zeker geïllustreerd door de steevaste Turkse ontkenning van de genocide op de Armeniërs door de Turken rond 1900.

Zolang eergevoel en het voorkomen van (vermeend) gezichtsverlies de belangrijkste waarden van een cultuur zijn, zullen onderdrukking en uitstoting de plaats innemen van wederzijds respect, sociaal-emotionele ontwikkeling en humor.

CULTUURREALISME IN DE PRAKTIJK

25 april

Roel Bouwkamp

In de talkshow Op1 met Lale Gül, de jonge Turkse vrouw die bedreigd werd vanwege haar kritiek op haar streng islamitische gezin, opgeschreven in haar boek ‘Ik wil leven’ werd zij bijgestaan door de Turkse schrijfster en columniste Yesim Candan. In deze tv-uitzending pleitte Candan hartstochtelijk voor meer zelfreflectie in de Turkse gemeenschap.

Meteen daarna werd zij gebeld door een Turkse journalist van een Turkse krant, die zich afvroeg hoe hij het woord zelfreflectie moest vertalen. In Turkije bestaat namelijk niet eens een woord voor zelfreflectie, wat volgens Candan natuurlijk al genoeg zegt. Terwijl zelfreflectie bij geestelijke ontwikkeling hoort. Zij zegt dan ook treffend:’ Zolang je niet kunt kijken wat er mis is en je uitsluitend focust op je eergevoel, op dat enorme ego, dan kun je niet groeien, als mens niet en als volk niet’.

Dat laatste wordt zeker geïllustreerd door de steevaste Turkse ontkenning van de genocide op de Armeniërs door de Turken rond 1900.

Zolang eergevoel en het voorkomen van (vermeend) gezichtsverlies de belangrijkste waarden van een cultuur zijn, zullen onderdrukking en uitstoting de plaats innemen van wederzijds respect, sociaal-emotionele ontwikkeling en humor.

HET ZIJN MENSEN

20 april

Roel Bouwkamp

Voormalig gevangenisdirecteur Frans Douw schreef het boek ‘Het zijn mensen’ over zijn loopbaan en de levens van gedetineerden. Hij zegt ‘Als je het verschil wilt maken in zo’n wereld en mensen wilt verbinden, dan moet je leren dat er een verschil is tussen wat iemand doet en wie de persoon is. Het levert ontzettend veel vrijheid en mogelijkheid tot verbinding op, wanneer je jezelf ervan weerhoudt om in hokjes te denken. En wanneer je naar iemand kijkt je af te vragen: welke kanten heeft hij of zij nog meer?’

Gedetineerden moeten we volgens hem niet onderschatten. ‘Ze hebben levenskracht, talent en energie. Je kan ze zien als een gevaarlijke club mensen, maar je kan ook bedenken dat het mensen zijn die iets willen betekenen voor hun gezin, willen bijdragen aan het leven daarbuiten en gewoon eens willen horen dat ze iets tofs hebben gedaan. En daarin verschillen ze niet van jou en mij.’

Zijn verhaal onderstreept het belang van positieve openheid die wij voor leidinggevenden beschreven hebben. 

VERNIETIGING OF REDDING?

14 april

Roel Bouwkamp

De mens is een plaag op aarde, die zich verspreidt en verzadigt ten koste van het generatieve vermogen van de aarde. Zo gezien zijn er gewoon te veel mensen op aarde, is er sprake van overbevolking. Ralf Bodelier pleit in zijn artikel ‘Het is tijd om de mens te herwaarderen’ in De Volkskrant van 4 april jl voor een breder begrip van de mens.

Naast de vernietiging is er ook sprake van een onvoorspelbare vooruitgang: minder kindersterfte, armoede, oorlogsdoden, klimaatdoden ondanks klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit en bevolkingstoename. Wij zij ook ontwerpers, bouwers en beschermers. Hij schetst een beeld waarin onze creativiteit, intelligentie, welwillendheid en vermogen tot samenwerking plaats heeft.

Beide krachten zijn werkzaam, de destructieve op zelfverrijking gerichte krachten en de constructieve op herstel van het regeneratieve vermogen van de aarde gerichte krachten. De toekomst zal uitwijzen wat de uitkomst van deze strijd is. Voor het opkrikken van het moreel in deze strijd; lees ons boek 'de gulden middenweg'.

INHUMAAN VERSUS HUMAAN LEIDERSCHAP

02 april

Sonja Bouwkamp

Mensen die zichzelf graag macht toekennen dichten zichzelf vaak nobele drijfveren toe. Zij zijn de hoeders van de “onmachtigen” die zonder hen in de verdrukking zouden komen. Mensen die zich onmachtig voelen zijn vaak heel gevoelig voor deze mooipraterij. Dat kan ertoe leiden dat zij deze, vaak nogal dominante, leiders blindelings volgen zonder te zien aan welk soort leiderschap ze zoveel macht toekennen. Want dit type leider ziet zichzelf als de “meerdere” en zijn volgelingen als de “minderen”, waar ze zelfs een uitgesproken minachting voor kunnen voelen, ook al spreekt hun mond andere taal.

Zodra deze leiders macht hebben willen ze die meestal houden en steeds vergroten, waarbij het met name om het eigen belang draait en steeds minder om dat van de gemeenschap. Een van de meest probate middelen waar zij zich van bedienen is het in een kwaad daglicht stellen van bepaalde bevolkingsgroepen. Angst oproepen voor een vermeende vijand is een uiterst doeltreffend middel om mensen agressief te maken en tegen elkaar op te zetten. Wij(goeden) tegen zij (kwaden) geeft een heroïsch gevoel en legitimeert het eigen handelen.

In ons boek “De gulden middenweg” noemen wij dit soort leiderschap inhumaan.

 Inhumaan leiderschap kenmerkt zich door discriminatie en uitsluiting, door ontmenselijking van bepaalde bevolkingsgroepen en door demonisering en complot denken, het kwade bedoelingen toeschrijven aan de ander. Deze leiders hanteren een verdeel en heers tactiek, het is “wij tegen zij”.

Humaan leiderschap daarentegen kenmerkt zich door gelijkwaardigheid en respect, door medemenselijkheid en mededogen en door een positieve openheid voor het andere. Het probeert zoveel mogelijk het goede in iedereen te zien en elke bevolkingsgroep in te sluiten. Deze leiders denken in “wij samen”.

In de hele wereld zien we op dit moment hoe deze twee typen leiderschap om de voorrang strijden, waarbij het ons zorgen zou moeten baren dat inhumaan leiderschap duidelijk aan invloed en populariteit wint.

CULTUURREALISME ALS GULDEN MIDDENWEG

25 maart

Roel Bouwkamp

Sinds mensen heugenis bestaat het vraagstuk hoe wij mensen omgaan met andere culturen. Twee opvattingen staan heden ten dage diametraal tegenover elkaar. Het cultuurabsolutisme gaat uit van een cultuuruniversalisme, de opvatting dat normen, waarden en mensenrechten universeel zijn en dat vanuit deze normen de ene cultuur de andere kan beoordelen. Samuel Huntington waarschuwt in zijn bekende boek ‘Clash of civilizations and the remaking of world order’ (New York 2003) ervoor dat het westen een cultuur promoot (en dan met name de Verenigde Staten) die zich superieur acht aan andere culturen op grond waarvan zij zichzelf verplicht voelen om de westerse waarden over te dragen. De consequentie van deze zendingsdrang is een moreel imperialisme.

Tegengesteld hieraan is het cultuurrelativisme, de opvatting dat alle culturen gelijkwaardig zijn en men een respectvolle houding aanneemt tegenover vreemde culturen, waarbij men de eigen cultuur niet als superieur beschouwt. Volgens aanhangers van deze opvatting moeten we ons onthouden van oordelen over de cultuurgrenzen heen. Elke cultuur heeft zijn eigen opvattingen over normen en waarden en er bestaat geen objectieve standaard om juist van onjuist te onderscheiden. Hierdoor mogen er geen ethische opvattingen van de eigen cultuur aan andere culturen opgelegd worden. Dat is arrogant en intolerant.

Het cultuuruniversalisme is problematisch vanwege de ontkenning van het eigene van elke cultuur. En het cultuurrelativisme is problematisch vanwege het verheffen van culturen boven iedere vorm van beoordeling, wat een moreel bankroet inhoudt, waardoor de politiek ondergeschikt wordt gemaakt aan de cultuur en de traditionele privileges van de elite bekrachtigd worden.

Een uitweg uit deze polarisatie is daarom zeer wenselijk. S.Tharoor* en B.Parekh** pleitten voor een tussenweg in de interpretatie van de mensenrechten. Deze tussenweg ligt in de veronderstelling dat de universaliteit van de mensenrechten niet per definitie uniform is. Er kan wel iets universeels in de mensenrechten aanwezig zijn, maar dat betekent volgens hen niet dat de mensenrechten overal dezelfde vorm hebben. Dit betekent dat er wel een minimale universaliteit of ‘non-ethnocentrisch universalisme’ bestaat.

Deze middenweg neemt volgens ons niet weg dat er nog steeds een spanningsveld blijft bestaan tussen wat men als minimale universaliteit definieert en hoe een specifieke cultuur aan deze universaliteit vormgeeft. Het risico is dan groot dat men in een heilloze ideologische woordenstrijd verzandt, die het conflict tussen de culturen tot een kwestie van interpretatie degradeert. Aangezien een conflict in feite een ontmoeting van een verschil is, heeft het onze voorkeur om dit conflict er te laten zijn en de culturen te laten ‘botsen’. 

De middenweg die wij voor ogen hebben is die van een open stellingname.

Al zijn wij het met de opvattingen van het cultuurrelativisme en cultuuruniversalisme niet eens, beide bevatten elementen, die, wanneer wij ze samenvoegen, tot een productieve middenweg kunnen leiden. Van het cultuurrelativisme nemen wij over dat culturen ondanks hun ongelijkheid gelijkwaardig zijn en met respect behandeld dienen te worden. Van het cultuurabsolutisme nemen wij over dat normen en waarden weliswaar niet universeel zijn, maar dat de ene cultuur een andere cultuur wel degelijk kan bekritiseren en beoordelen. Het is dan gewoon een particulier oordeel en geen algemeen geldend oordeel. Deze middenweg noemen wij de weg van het cultuurrealisme, waarbij wij aangeven dat er wezenlijke verschillen zijn tussen culturen die met elkaar kunnen botsen.

Zo kunnen wij vanuit onze westerse cultuur de ongelijke behandeling van vrouwen in andere culturen, zoals die van India en van de Arabische landen, beoordelen als mensonwaardig en vrouwonwaardig en pleitten voor het aan banden leggen van de mannelijke dominantie in plaats van het inperken van rechten van vrouwen. Voor deze beoordeling behoeven we niet als Geert Wilders van de PVV de islamitische cultuur als achterlijk weg te zetten. Wanneer wij andere culturen volgens onze eigen westerse normen beoordelen moet dat wel volgens onze eigen westerse normen op een respectvolle wijze gebeuren en ons niet zoals Wilders laten verleiden tot een respectloos denigreren van niet-westerse culturen. En we behoeven  ook niet terug te vallen op het verheerlijken van onze eigen cultuur in naam van een cultureel nationalisme zoals Thierry Baudet doet van FvD.

Dit respectvol benaderen en beoordelen van andere culturen vanuit onze westerse normen noemen wij dus cultuurrealisme. Met deze benaming geven wij aan dat onze respectvolle beoordeling van andere culturen voortkomt uit onze specifieke cultuur en niet de pretentie heeft vanuit een superieur universeel kader te oordelen. Terwijl wij tegelijkertijd duidelijk zijn over onze morele positie die ook een politieke functie kan hebben.

 

*S.Tharoor, Are Human Rights Universal? In: World Policy Journal, Vol.16, Issue 4, Winter ‘99/2000

**B.Parekh, Non-ethnocentric universalism. In: T.Donne&N.J.Wheeler(ed), Human Rights in Global Politics, Cambridge 1999

EEN NIEUW LEIDERSCHAP IN DE POLITIEK

23 maart

Roel Bouwkamp

De centrum-linkse partijen proclameren leiderschap gebaseerd op een humane behandeling van burgers op basis van gelijkwaardigheid, medemenselijkheid en positieve openheid.

Terwijl de rechts populistische partijen als de PVV en FvD een inhumaan leiderschap voorspiegelen gebaseerd op de diametraal tegengestelde waarden discriminatie, ontmenselijking en demonisering van burgers met een niet-westerse achtergrond. Zie voor dit onderscheid onze verhandeling over het humaniteitsprincipe en de reinigingsmoraal in ons boek 'de gulden middenweg'.

WAAR MOET HET IN DE POLITIEK OM DRAAIEN?

17 december

Roel Bouwkamp

Aan de hand van een analyse van de fundamentele kenmerken van ons mens zijn, komen wij in ons boek ‘De gulden middenweg. Evenwichtig leven met tegenpolen’ tot de conclusie dat een drietal waarden het belangrijkste zijn in de (inter)nationale politiek:

  • streven naar handhaving van democratische mensenrechten

  • streven naar maatschappelijke duurzaamheid door de exploitatie van aardse hulpbronnen in overeenstemming te brengen met het herstelvermogen van de aarde ten behoeve van toekomstige generaties

  • streven naar sociale rechtvaardigheid door de sociaaleconomische ongelijkheden te laten bijdragen aan de minst  bedeelde burgers en staten.

IN KWETSBAARHEID VERBONDEN

15 oktober

Roel Bouwkamp

We raken in ons persoonlijk leven met elkaar verbonden door het delen van onze kwetsbaarheid. Dat wekt onze liefde voor elkaar op en verbindt onze wonden.

 

Alleen een gemankeerde geest zal ons bij de strot grijpen wanneer wij ons kwetsbaar opstellen. Door duidelijk en krachtig te stellen dat wij respect van hem/haar nodig hebben voor onze kwetsbaarheid, kunnen wij zijn agressie beteugelen en mogelijk ontwapenen.

STRAF EN MEDEDOGEN

30 september

Roel Bouwkamp

Deze week verschijnt het boek Misdaad en mededogen van Disa Jironet, officier van justitie. Zij beklemtoont dat wil een gevangenisstraf niet alleen vergelding dienen, maar ook het moreel inzicht van de verdachte bewerkstelligen, het van groot belang is dat de rechtbank hem/haar niet niet vanuit wantrouwen benadert maar vanuit mededogen. Zij heeft voortdurend ervaren hoe krachtig voor zowel de dader als het slachtoffer een medemenselijke bejegening is.

Deze benadering sluit nauw aan bij de in ons boek De gulden middenweg beschreven corrigerende detentie, waarin de straf een ‘heropvoedend effect’ heeft door via een bewustwordingsproces gericht te zijn op het herstel van het morele verantwoordelijkheidsbesef van de dader.

VAN MERITOCRATIE NAAR EGALITAIRISME

25 september

Roel Bouwkamp

De populaire Amerikaanse politiek filosoof Michael J.Sandel bekritiseert in zijn nieuwste boek De tirannie van de verdienste de hedendaagse meritocratie waarin de maatschappelijke positie van elk individu gebaseerd is op zijn of haar verdienste.

Aangezien je verdienste medebepaald wordt door factoren als aanleg, sociale en culturele omstandigheden, geluk of pech heeft de elite haar succes niet uitsluitend aan zichzelf te danken en verwijten zij achterblijvers ten onrechte dat die hun lot aan zichzelf te wijten hebben. Om deze polarisatie tegen te gaan pleit Sandel ervoor dat hoger opgeleiden meer respect moeten tonen voor het werk dat lager opgeleiden verrichten en meer met hen om moeten gaan om zo het maatschappelijk aanzien van de arbeidersklasse te herstellen. 

In ons boek De gulden middenweg pleiten wij daarnaast in navolging van de politiek filosoof John Rawls voor een egalitair stelsel dat rekening houdt met deze onverdiende ongelijkheden: de welvaart die verdiend is met een individuele bijdrage moet bijdragen aan de welvaart van iedereen.

VAN JE FAMILIE MOET JE HET HEBBEN

13 september

Sonja Bouwkamp

In een interview in De Volkskrant van 10 september j.l. vertellen Menno Visser en Julia von Graevenitz waarom het zo vaak mis gaat in de relatie patient-patient-GGZ, met name bij suïcide. Zij spraken met honderden psychiaters, artsen, psychologen en ervaringsdeskundigen en kwamen tot de conclusie dat hulpverleners vaak met de handen in het haar zitten, maar dat er een grote angst is dit toe te geven en een grote terughoudendheid om hulp te vragen bij of samen te werken met de familie van cliënten. De GGZ is in hun ervaring primair op de cliënt gericht en vergeet vaak de naasten bij een behandeling te betrekken of zien die überhaupt niet als een belangrijke medespeler in het proces van de cliënt. Contacten met de familie verlopen vaak zuiver protocollair, zodat later niet kan worden gezegd dat ze dat overslaan. Volgens Menno Visser en Julia von Graevenitz is samenwerking met naasten echter vanaf het allereerste begin essentieel. Hulpverleners kunnen alleen maar goed hulp verlenen wanneer zij ook contact hebben met de directe omgeving van de cliënt.

Wij zijn het daar hartgrondig mee eens en schreven daar ook een helder boek over: “Dicht bij huis, praktijkboek werken met gezinnen”. Over de aanpak van patronen in gezin, hulpverlening en werkveld. Hierin wordt uitgebreid ingegaan op hoe men in het werkveld tot een goede samenwerking met de naastbetrokkenen kan komen en hoe bijvoorbeeld de GGZ de familie meer als bondgenoot en minder als lastig obstakel kan leren zien. Familie wordt daarbij niet alleen als onderdeel van de pathologie benaderd, maar ook als bron van informatie, motivatie en herstel.

dichtbijhuis.png

DANSEN MET DILEMMA'S

05 september

Roel Bouwkamp

is de titel van het alomvattende boek van de ervaren bedrijfsadviseurs Allard Everts en Steven Olthof. Hierin beschrijven zij ondermeer een uiterst praktisch model, D2D, Dilemma to Dialogue, dat de weg wijst voor het aanpakken van dilemma’s op weg naar wederzijdse winst in onder andere het bedrijfsleven, de zorg, het onderwijs en de politiek.

Hun zienswijze komt overeen met onze zienswijze dat het de kunst is om polariteiten waarmee wij in ons leven geconfronteerd worden te integreren en ons niet laten verleiden tot polarisatie. Zoals het met polariteiten aankomt om beide polen te verenigen, zo is het met dilemma’s de kunst een weg te vinden die beide kanten van het dilemma met elkaar verzoend.

www.dansenmetdilemmas.nl

dansen%20met%20dilemma's_edited.jpg

VERDER KIJKEN DAN JE NEUS LANG IS!

19 AUGUSTUS

Sonja Bouwkamp

In De Volkskrant van 19 Augustus jl. schrijft Marcia Luijten in haar column dat ons politieke bestuur wordt beheerst door kortetermijndenken. Dit is, zegt zij, typerend voor de heersende liberale democratie van het westen. Zij haalt daarbij Francis Fukuyama aan die een fervent voorstander was van de liberale democratie, maar nu vindt dat het socialisme in de democratie een grotere plek moet krijgen. Ongereguleerde markten veroorzaken een lelijke ongelijkheid in inkomen, welvaart en kansen en zijn te veel gefocust op profijt op korte termijn, terwijl welvaart en stabiliteit op lange termijn waarschijnlijk een succesvoller streven is.

In ons boek “De gulden middenweg” stellen wij dat het feit dat onze westerse levensstijl slechts mogelijk is omdat miljarden anderen in armoede leven een grote sociale onrechtvaardigheid is. Materieel eigenbelang zal altijd een grote drijfveer blijven in onze samenleving, maar dit eigen belang dient tegelijkertijd beteugeld te worden om een evenwichtige samenleving te creëren. Het vrije marktmechanisme heeft zorgvuldige regulering en sturing nodig. Het langetermijndenken van een gereguleerd kapitalisme binnen een sociale democratie is ingebed in principes en deugden als democratie, sociale rechtvaardigheid en ecologische duurzaamheid. Vrije markteconomieën zullen op de lange termijn onverenigbaar blijken met algehele welvaart, gelijkwaardigheid en eerlijke besluitsvorming.

IS DE MENS OP MACHT UIT?

19 JULI

Sonja Bouwkamp

Sociaal psycholoog Mauk Mulder stelt in zijn boek “De logica van de macht” dat ieder mens uit is op macht. Want wie macht heeft kan dingen gedaan krijgen.  Wij zien dit anders.

We voelen ons allemaal weleens machteloos. Maar dat heeft volgens ons minder te maken met het niet hebben van macht, dan met het niet hebben van invloed. Elk mens wil invloed hebben op de kwaliteit van zijn leven. Sommigen menen dat de beste manier om dit te bereiken “de baas spelen” is. Zij willen zich ongeacht hun positie boven anderen plaatsen, zodat ze die hun wil op kunnen leggen. Dit noemen wij in ons boek “De gulden middenweg” toegekende macht, omdat zij alleen kan bestaan bij de gratie van het feit dat iemand zich daar, al dan niet vrijwillig, bij neerlegt. Gezag is ook zo’n vorm van toegekende macht, maar dit berust altijd op vrijwilligheid, respect en persoonlijk aanzien. In ons boek gaan wij uitgebreid in op dit verschil tussen macht en gezag en op het feit dat elk mens invloed uit wil oefenen, maar dat lang niet iedereen uit is op macht.

DE DYNAMIEK VAN HET MIDDEN

08 AUGUSTUS

Sonja Bouwkamp

In De Volkskrant van 8 Augustus jl. vertelt de Amerikaanse psychiater Randolph M. Nesse dat wat hem betreft de beste verhouding tussen de kosten en baten van de evolutionaire ontwikkeling van de mens in het midden ligt. Een leven zonder angst zou misschien wel een fijn, maar ook een kort leven zijn. En je niets aantrekken van anderen voelt waarschijnlijk vrij, maar is ook eenzaam omdat het je verhindert om diepgaande relaties te ontwikkelen.

Deze gedachte sluit nauw aan bij wat wij in ons boek “De gulden middenweg” hebben beschreven. Het levert de mens meer op om zowel vermetel als angstig te durven zijn en zich zowel vrij te voelen als betrokken op zijn omgeving. Het geheim van een goed en zinvol leven ligt meestal in een en-en houding, waarbij afhankelijk van de situatie dan weer de ene en dan weer de andere pool van een polariteit op de voorgrond kan staan. Soms is het belangrijk om vermetel voorwaarts te gaan en soms is het beter om naar je angst te luisteren en even de pas in te houden.

De gulden middenweg die wij beschrijven is geen statisch midden tussen twee uitersten. Het is een dynamisch heen en weer bewegen tussen twee op zich positieve polen, waarbij de ene pool altijd de andere nodig heeft om een goed evenwicht te bereiken. Een evenwicht dat ons in staat stelt van ons leven te genieten, ook al weten we dat het eindig is, met anderen samen te werken en toch voor onszelf op te komen, adequaat te handelen maar ook stil te staan en te ervaren, open te zijn over onszelf en ook te luisteren naar de ander, onze intuitie te gebruiken, maar ons ook bewust te zijn van wat wij doen en daar de verantwoordelijkheid voor te nemen.

Het zoeken naar deze gulden middenweg is geen gemakkelijke opgave, maar zou wel eens de ultieme zin kunnen zijn die wij mensen aan ons leven kunnen geven.

RECHTVAARDIG OF RECHTMATIG

17 JULI

Sonja Bouwkamp

Enige tijd geleden lazen wij dat iemand stelen onrechtvaardig vond. Dat zette ons aan het denken. Iemand bestelen is zeker niet de bedoeling. Het druist in tegen ons rechtsgevoel en is onrechtmatig: het mag niet! Maar daarmee is het nog niet onrechtvaardig.

Rechtvaardigheid heeft te maken met gelijkwaardigheid en persoonlijk respect. Beide begrippen zijn gebaseerd op oneerlijkheid, maar onrechtmatig is oneerlijk in de zin van de wet en onrechtvaardig is oneerlijk in persoonlijk opzicht. Het is onrechtvaardig een ander mens respectloos en als ongelijkwaardig te behandelen. Het is onrechtvaardig dat niet alle mensen dezelfde kansen krijgen in het leven, het is onrechtvaardig mensen achter te stellen of uit te sluiten omdat zij “anders” zijn. Discriminatie, in welke vorm dan ook, is altijd onrechtvaardig en soms op grond van de wet ook onrechtmatig. Onrechtmatig betekent dat het bestraft kan worden omdat het tegen de afgesproken regels is. Onrechtvaardigheid kan lang niet altijd bestraft worden, maar daarmee is het niet minder oneerlijk. Men kan iemand zeer respectvol en gelijkwaardig behandelen en hem toch bestelen. Dan handelt men niet onrechtvaardig, maar wel onrechtmatig. Stelen heeft dus met onrechtmatigheid te maken en in feite niet met onrechtvaardigheid.

In ons boek beschrijven wij niet alleen wat rechtvaardigheid inhoud, maar onderscheiden wij ook nog morele en sociale rechtvaardigheid.

HOE HET GOEDE OVER KAN GAAN IN HET KWADE

05 JULI

Roel Bouwkamp

In een café krijgen twee mensen ruzie. Een derde persoon bemoeit zich ermee en probeert de discussie in goede banen te leiden. Wanneer ze niet naar hem luisteren windt hij zich steeds meer op, ontsteekt in woede en vliegt de kemphanen bijna in de haren. Uiteindelijk is hij het die gekalmeerd moet worden. Een alledaags voorbeeld van hoe goedbedoeld kwaadschiks kan worden.

 

De geschiedenis laat zien dat een al te strikte scheidslijn tussen goed en kwaad het risico met zich mee brengt dat wij zelf kwaadaardig worden ten aanzien van dat wat wij als het kwade zien. Het rigoureus bestrijden van “het kwade” kan veel kwaads aanrichten, zoals de meeste religies feilloos aantonen.

Dat het goede via polarisatie ook kan overgaan in het kwade laten wij zien in ons boek “De gulden middenweg”. De mens heeft een tweeledige natuur. Als sociaal wezen kent hij bijvoorbeeld de polen verbondenheid met jezelf (autonomie) en verbondenheid met de ander (hechting). Beide polen zijn op zich positief, maar ook potentieel conflicterend. De kunst is nu om beide polen zo te verenigen dat er een dynamisch evenwicht ontstaat: de gulden middenweg. Zodra er polarisatie optreedt omdat één van beide polen wordt veronachtzaamd of afgewezen wordt de polariteit negatief. Het verandert dan in zorg voor jezelf ten koste van de ander of in zorg voor de ander ten koste van jezelf.

Het op zich positieve van de polen autonomie en hechting verandert door uitsluiting van één pool in iets negatiefs, het goede verandert in het kwade, zoals onderstaande figuur laat zien.

VEILIGHEID VERSUS MEDEMENSELIJKHEID

01 JULI

Sonja Bouwkamp

In De Volkskrant van Zaterdag 27 Juni stond een uitstekend artikel van Anne-Mei The over hoe wij in de afgelopen periode om zijn gegaan met onze, in verpleeghuizen ondergebrachte, oudere medemensen. Alle aandacht is daarbij uitgegaan naar veiligheid. Of dit “veilige leven” nog wel de moeite waard was om geleefd te worden, daar stond nauwelijks iemand bij stil.

Er werd keihard gewerkt, iedereen deed zijn best, maar niemand stelde het beleid werkelijk ter discussie. In verpleeghuizen “slijten” mensen hun laatste dagen en sterven zij. Vanuit humaan oogpunt is het van groot belang hoe zij dit kunnen doen. Respectvol, met zelfbeschikking en liefst verbonden met hun liefste naasten.

 

In ons boek “De gulden middenweg” stellen we dat wanneer dwang in bepaalde situaties noodzakelijk is, dit moet voldoen aan de noodzakelijke humane voorwaarden. In een gezonde machts-of gezagsverhouding wordt niemand geweld aangedaan. En zo hebben veel bewoners van verpleeghuizen het wel ervaren. Zij hebben niet het gevoel gehad dat zijzelf als mens nog recht van spreken hadden. Hetzelfde gold, denken wij, voor de verplegenden en verzorgenden. Ook zij hadden het gevoel dat zij de richtlijnen die van bovenaf werden opgelegd moesten opvolgen, wat zij daar zelf ook van vonden.

 

En dat heeft alles te maken met de beroepsidentiteit van de professionals in de zorg. Van hen wordt verwacht dat zij hun taak goed uitvoeren, volgens heersende richtlijnen en protocollen. Niet dat zij zelf over de inhoud van hun beroep nadenken, laat staan er een eigen mening over hebben. Professionals in de zorg hebben de afgelopen jaren steeds minder professionele ruimte gekregen en ook niet genomen. Zij hebben zich laten degraderen tot taakuitvoerders in plaats van professionals met een eigen visie over en positie ten aanzien van hun vak. Het wordt in mijn ogen de hoogste tijd dat zij die positie weer opeisen en zichzelf als professionals met een eigen visie op hun vak opstellen. Daarin ben ik het van ganser harte met Anne-Mei The eens!

WAT HEEFT DE POLITIEK MET LIEFDE TE MAKEN?

11 juni

Roel Bouwkamp

Er wordt vaak gezegd dat de politiek te liefdeloos is en dat er meer liefde in de politiek moet komen. Dat er in het bedrijven van de politiek iets niet lekker loopt of iets mist, mag duidelijk zijn, maar het is de vraag of dat liefde is.

De samenleving is zeer heterogeen. Individuen, groepen en organisaties hebben verschillende en soms strijdige belangen. In de politiek zijn de partijen zeker in verkiezingstijd vaak in een felle strijd met elkaar verwikkeld. De eigen standpunten worden graag positief geprofileerd, niet zelden ten koste van een andere partij die in een kwaad daglicht wordt gesteld. Competitie viert hoogtij!

Maar zodra de strijd gestreden is en de kiezers hun stem hebben uitgebracht proberen partijen die elkaar eerst nog bestreden hebben meestal al snel een vorm van samenwerking te vinden. Vaak door eerst te onderhandelen en vervolgens een coalitie te vormen. Men zoekt de coöperatie.

In ons boek beschrijven wij de samenwerkingsmoraal die antwoord geeft op de vraag hoe je samenwerking en solidariteit kunt verbinden met competitie en rivaliteit. 

De meeste samenwerkingsrelaties , ook de politieke, zijn sociale relaties van relatief korte duur en functioneren volgens de norm van wederzijds belang ('voor wat, hoort wat'). Dit soort zakelijke en sociale relaties moeten we onderscheiden van persoonlijke relaties, die in tegenstelling tot de meer zakelijke relaties meestal lang van duur zijn en functioneren volgens de norm van wederzijdse emotionele betrokkenheid. In deze relaties offert men zich op voor de ander, zonder dat er een tegenprestatie geleverd moet worden. Hier is dus sprake van een liefdes- of zorgmoraal.

Het mag duidelijk zijn dat wij in de politiek met samenwerking te doen hebben en niet met liefdevolle opoffering. Politiek heeft dus niets met liefde te maken, maar alles met samenwerking. En daar schort het nog wel eens aan in de politiek. Men is vaak meer gericht op het elkaar de loef afsteken, het vasthouden van de macht en het eigen ego verheerlijken, dan te zoeken naar samenwerking om gezamenlijk maatschappelijk dienstbaar te zijn.

Foto is genomen in het Zeitz Museum, Kaapstad, Zuid-Afrika

Liona R. Nyariri - 'the pidgin (coming out from within)'

HET GEHEIM VAN ONS BESTAAN ONTSLUIERD!

09 juni

Roel Bouwkamp

In de garage van mijn automonteur hangt de spreuk:

'Wonderen verrichten wij onmiddellijk. Het onmogelijke duurt iets langer'


Deze ludieke spreuk heeft betrekking op het repareren van auto's, maar hoe zit het met het repareren van de mens?

Of kunnen we ons maar beter beperken tot het begrijpen van de mens? Ons menselijk bestaan is immers een wonder, een raadsel, een mysterie?


Het menselijk leven kent drie mysteries:

Hoe is de kosmos ontstaan?

Hoe is leven ontstaan?

Hoe is bewustzijn ontstaan?

 

De wetenschap licht iedere keer een tipje van de sluier op, maar uiteindelijk blijven het mysteries. Dus hoe zit dat met het mysterie mens? Wat is het geheim van het menselijk bestaan? Jarenlang onderzoek bracht ons tot de volgende uitspraak:

Geheimen ontsluieren wij direct. Het onthullen van mysteries duurt wat langer.
 

Het resultaat van ons onderzoek is te vinden in ons boek. Hierin beschrijven wij de verborgen drijfveren van de mens en laten wij zien dat het verborgene altijd al aan de oppervlakte lag.

VRIJHEID IN VERBONDENHEID

04 juni

Sonja Bouwkamp

Volgens de filosoof Gabriël van den Brink zijn burgers vanaf de jaren tachtig behandeld als zelfredzame individuen, terwijl zij zichzelf meer zien als leden van een sociale gemeenschap. In De Volkskrant van 30 mei jl. vertelt hij dat men voortdurend hamerde op individuele vrijheid, flexibiliteit, innovatie en diversiteit, terwijl veel burgers hechten aan saamhorigheid, zekerheid, traditie en nationale identiteit. Hij schetst hier een tweespalt in de maatschappij veroorzaakt door polarisatie, door óf – óf denken: óf je bent voor globalisatie, óf je hangt aan je nationale identiteit. Terwijl ook hier de waarheid natuurlijk “in het midden” ligt. Je kunt heel goed waarde hechten aan je nationale identiteit en toch het belang van internationale samenwerking inzien.

Als samenleving willen wij niet uitsluitend aan ons eigen belang denken, concurreren en een vrije markt nastreven. We willen ook onze gemeenschapszin behouden en zorg dragen voor elkaar. Van den Brink stelt dat een markt die alles regelt niet meer kan, maar een staat die alles regelt evenmin. Wij zijn het daarmee eens. In ons boek “De gulden middenweg” leggen wij uit waarom dus het gereguleerd kapitalisme de beste kans van slagen heeft: een markt die vrij is waar mogelijk en gereguleerd waar nodig. Een samenleving waarin een individu zich vrij kan ontplooien, maar waarin we ook zorg dragen voor elkaar zal zich sterk en veerkrachtig voelen, omdat aan beide basisbehoeften van de mens wordt voldaan. En alleen een sterke samenleving zal zich niet bedreigd voelen door alles wat van buiten komt, wat anders en onbekend is. Alleen een dergelijke samenleving zal in staat zijn diversiteit welkom te heten en verschil te dragen.

­­PRATEN EN LUISTEREN

20 mei

Sonja Bouwkamp

In de Volkskrant van 13 Mei j.l. staat een interview met Kate Murphy over haar nieuwe boek “Je luistert niet.” Daarin stelt zij dat de mens van tegenwoordig van zichzelf een merk maakt. Wij proberen onszelf zo goed mogelijk te verkopen en zijn daardoor meer bezig met zenden dan met ontvangen.

Wij zijn blijkbaar niet zo geïnteresseerd in die ander, we lijken vooral geïnteresseerd in onszelf. Daarom, zegt zij, is het van groot belang dat we weer leren luisteren.

Hoewel zij hier ongetwijfeld een punt heeft en zij daar ook zinnige dingen over zegt, heb ik toch de indruk dat zij ons van het ene uiterste naar het andere dirigeert. We moeten niet langer over onszelf praten, maar vooral geïnteresseerde vragen stellen. In mijn ogen moet die interesse dan wel oprecht zijn. Vragen stellen als een manier om iemand aan het praten te krijgen is natuurlijk prima voor journalisten, zoals Kate Murphy zelf ook is, maar het is allerminst de opmaat naar een persoonlijk gesprek. Zolang de vragensteller niets van zichzelf laat zien is het gesprek net zozeer éénrichtingsverkeer als wanneer iemand uit zichzelf steeds aan het woord is.

Bovendien is mijn ervaring dat mensen zich lang niet altijd prettig voelen wanneer zij zo “bevraagd” worden. Persoonlijk contact ontstaat met name door wederkerigheid, door een gesprek tussen mensen die zowel zenden als ontvangen.

Juist door eerst zelf persoonlijk te zijn, en niet door slimme truckjes, geef je de ander het signaal dat het veilig is om jezelf te laten zien. Zoals wij in ons boek helder uiteenzetten gaat het bij goed communiceren en  contact maken met name om een balans tussen zenden en ontvangen en daarbij echt zijn en er echt zijn.

MOREEL KOMPAS VOOR EEN NIEUWE TIJD

08 mei

Roel Bouwkamp

In een interview in ‘de Volkskrant’ van 6 mei jl zegt de Rijksbouwmeester Floris Alkemade nav het verschijnen van zijn boek ‘De toekomst van Nederland’ ‘wij zijn zo gewend om alles in financiële waarden af te meten. Waarom sturen we niet meer op morele waarden die ondubbelzinnig goed zijn? Al langere tijd is onze Westerse cultuur in een diepe existentiële crisis. Voor velen is God dood en er is geen bindende moraal meer waarin mensen geloven.

Het “ik-tijdperk” van de tweede helft van de vorige eeuw is voorbij en men is op zoek naar een nieuw moreel kompas, waarin moderne vrijheid en sociale verbondenheid samengaan. Tegelijkertijd polariseert de samenleving. Groepen bestrijden elkaar en zijn elkaars tegenstander in plaats van elkaars tegenpool. Het hele leven bestaat uit polariteiten. De kunst is om beide polen tot hun recht te laten komen.

Zeker nu we op de drempel van een nieuwe tijd lijken te staan is er dringend behoefte aan een moreel kompas dat helpt tegenpolen te verenigen in plaats van te polariseren.

 

Ons boek “De gulden middenweg” biedt zo’n moreel kompas. Het beschrijft voor alle cruciale dimensies van ons leven hoe wij polen kunnen integreren door de gulden middenweg te bewandelen. Een route die ruimte biedt aan beide polen.

DE WEG NAAR EEN INTELLIGENTE UNLOCK

03 mei

Roel Bouwkamp

De 'intelligente lockdown' van de Nederlandse regering was een soort 'gulden middenweg' in het spanningsveld tussen de twee extremen strikte quarantaine (belang gezondheidszorg) en geen maatregelen (sociaal-economisch belang). Nu deze middenweg redelijk succesvol lijkt en een aantal maatregelen versoepeld zouden kunnen worden, komen we in een nieuw spanningsveld terecht, dat bestaat uit de polen centrale sturing en zelfsturing. Wat blijft de overheid van bovenaf verordonneren (centrale sturing) en wat willen en kunnen de diensten- en goederensectoren zelf realiseren (zelfsturing)? Het kabinet aarzelt om deze sectoren meer bevoegdheden te geven uit angst voor een toename van het aantal besmettingen. Het gevolg daarvan is dat de sectoren ontmoedigd raken om op een verantwoorde, creatieve wijze op lokaal niveau activiteiten te hervatten , terwijl ze staan te springen om hun creatieve energie op een adequate wijze vorm te geven.

EEN NIEUW EVENWICHT

26 april

Roel Bouwkamp

Premier Mark Rutte stelde recentelijk met nadruk dat gezondheid en economie niet tegenover elkaar staan, omdat een gezonde economie gezonde mensen nodig heeft. Daarmee bedoelt hij dat gezondheid en economie geen tegenstellingen zijn die elkaar uitsluiten. Maar het zijn wel tegenpolen. Zoals wij in ons boek “De gulden middenweg” laten zien kan het spanningsveld tussen tegenpolen alleen worden opgeheven wanneer beide polen bestaansrecht krijgen en gaan samenwerken. De intelligente lockdown was zo’n gulden middenweg tussen een volledige lockdown (pool gezondheid) en helemaal geen maatregelen (pool economie). Maar na een maand intelligente lockdown is duidelijk dat er nog steeds een te groot spanningsveld bestaat tussen de belangen van de gezondheidszorg en onze economische belangen. Er zal dus naar een nieuw evenwicht gezocht moeten worden. Dit zal een periode van voortdurend terugkoppelen vragen tussen het versoepelen van de maatregelen en de effecten daarvan op de gezondheid. Aangezien leven bestaat uit beweging en verandering is evenwicht tussen polen ook nooit een statisch, maar altijd een dynamisch evenwicht. Dit vraagt van ons allen gezond verstand en flexibiliteit, zodat we mee kunnen bewegen met stappen voorwaarts en indien nodig weer een stap terug.

FILOSOFIE IN TIJDEN VAN CORONA

16 april

Roel Bouwkamp

Hoogleraar filosofie Marli Huijer wil meer kritische stemmen horen in het publieke debat over de coronacrisis. Zij ziet het als haar taak om door de politiek genomen crisismaatregelen te bevragen. Zij vraagt zich af wat het doel is van deze maatregelen. Proberen we te voorkomen dat de IC bedden volraken, dat mensen besmet raken of dat zij aan corona sterven? Volgens haar is de overheid daar onvoldoende duidelijk over. Dat verbaast ons, want het lijkt ons evident dat alle drie deze doelen worden nagestreefd. Zij vraagt zich bovendien af wat mensen zouden kiezen: bewegingsvrijheid en menselijk contact of vrijheidsbeperking ter bescherming van de massa. Het grappige is dat de “intelligente lockdown” van Nederland mensen precies die keuzevrijheid geeft! Met een aantal noodzakelijke restricties, dat wel. De “intelligente lockdown” zou weleens de “gulden middenweg” kunnen zijn tussen strikte afzondering en vrij intermenselijk verkeer. En de gulden middenweg is over het algemeen de route die het meeste succes garandeert. Hoewel Marli het niet als taak van filosofen ziet om antwoorden voor problemen te bedenken, ziet zij een geleidelijke afbouw van de maatregelen wel als oplossing. En laat dit nu net zijn wat volgens ons de overheid al nastreeft!

TIJD VOOR BEZINNING

31 maart

Roel Bouwkamp

Het coronavirus confronteert ons ermee hoe kwetsbaar de mens in wezen is. Een collectieve kwetsbaarheid op mondiaal niveau. Het confronteert ons met onze sterfelijkheid. Ondanks alle narigheid die het coronavirus ons op alle fronten brengt geeft het ons door onze gedwongen quarantaine ook rust. Afspraken worden afgezegd. Daardoor beseffen we ook in welke tredmolen we dagelijks zitten. De relatieve rust geeft ruimte om ons op ons leven te bezinnen. Het brengt ons ertoe om stil te staan bij waar het in ons leven wezenlijk om gaat. We ervaren lotsverbondenheid en beseffen hoe prettig en nodig het is om de problemen die nu ontstaan gezamenlijk te willen en kunnen oplossen. We worden minder competitief en meer solidair. Hopelijk houden we dit vast, zodat we vanuit solidariteit gezamenlijk naar oplossingen gaan zoeken voor heel de wereld. Nu we ruimte en tijd hebben voor bezinning komt ons boek “De gulden middenweg” als geroepen. Daarin wordt op alle essentiële vlakken van het leven naar een manier gezocht om een evenwicht te vinden in de vaak tegenstrijdig lijkende polariteiten die ons leven beheersen op zo’n manier dat ieder van ons optimaal tot bloei kan komen en tegelijkertijd maximaal van betekenis is voor de ons omringende wereld.

BEROEP EN ROEPING

02 februari

Sonja Bouwkamp

In de afgelopen 70 jaar blijkt het werk verschoven te zijn van handarbeid naar hoofdarbeider (Volkskrant 30 Januari). Het ambacht heeft plaats gemaakt voor beroepen waarbij we continu informatie aan het verwerken zijn en de dagen zittend doorbrengen. De cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek laten zien dat we in Nederland op het moment massaal het roer omgooien: ruim een miljoen mensen tussen de 15 en 75 jaar hadden in 2018 een ander beroep dan het jaar ervoor. In de meeste gevallen betreft dit een switch van een kantoorbaan naar een ambacht. Dat mensen daarbij vaak flink aan salaris inleveren nemen ze in ruil voor meer voldoening op de koop toe. Zodra mensen het plezier in hun werk verliezen gaan ze zich afvragen wat ze eigenlijk aan het doen zijn en dan komen vaak oude kinderdromen over wat ze over wat ze eigenlijk graag wilden doen bovendrijven. In ons boek “De gulden middenweg” zeggen wij dat het verwerkelijken van je droom eerst vaak onmogelijk, vervolgens onwaarschijnlijk, maar uiteindelijk onvermijdelijk is. Werk is tenslotte het meest bevredigend wanneer je het niet alleen voor een ander doet, maar vooral ook voor jezelf. Omdat jij dat graag wilt en liefst omdat je een passie voelt voor dat wat je elke dag uitvoert. Daar waar beroep en roeping samen komen wordt vakmanschap gecombineerd met eigenheid en valt arbeidsvreugde samen met wat er van je verlangd wordt. Dan handel je naar de spreuk: vraag je niet af wat de wereld van je nodig heeft. Vraag je af wat jou tot leven brengt en draag dat bij aan de wereld!

ERVAREN / WAARNEMEN

01 februari

Roel Bouwkamp

Stokhof (2009) onderscheidt in zijn boek 'Taal en betekenis. Een inleiding in de taalfilosofie' de drie elementen taal, denken en werkelijkheid die een rol spelen bij de betekenis die wij aan de werkelijkheid geven. Naast dit denken onderscheiden wij in ons boek 'De gulden middenweg. Evenwichtig leven met tegenpolen'(2019) een vierde element, namelijk ervaren/waarnemen. Wat de werkelijkheid voor ons betekent wordt niet alleen door ons denken bepaalt, maar ook door onze ervaringen en waarnemingen. Denken beïnvloedt wat wij ervaren, maar wat wij ervaren beïnvloedt ook ons denken.

DEUGDEN

11 januari

Sonja Bouwkamp

De deugden zijn aan herwaardering toe zegt Katrien Schaubroek in de Volkskrant van 6 januari. Tenslotte leven wij allemaal vooral mee met mensen of personages met een goed hart die opkomen voor rechtvaardigheid en zich medemenselijk tonen in een wereld van brutaliteit en concurrentie.Blijkbaar vinden wij deugden nog steeds nastrevenswaardig ook al hadden ze lange tijd een saai en stoffig imago. Het was beslist niet “cool” om het over deugdelijkheid te hebben, dat vonden we betuttelend en moraliserend. Het is goed dat we het betuttelen proberen te laten, maar aan moraal is heden ten dage een schrijnende behoefte.Vandaar ook dat wij in ons boek “De gulden middenweg” bij elke basale polariteit een “centrale deugd” hebben aangegeven. Deze centrale deugd is de houding die ons in staat stelt om in ons leven steeds beide polen van een polariteit te integreren, waardoor wij zelf optimaal tot bloei kunnen komen en tegelijkertijd maximaal van betekenis zijn voor de ons omringende wereld.

LEIDT ANTI-MARKTISME TOT MARXISME?

11 januari

Roel Bouwkamp

De klimaatcrisis, de toenemende ongelijkheid en het groeiende aantal zzp’ers, flexwerkers en werknemers met tijdelijke contracten zijn verschijnselen die wijzen op een neergang van het ongebreidelde kapitalisme. Bas van Bavel beschrijft in zijn boek ‘De onzichtbare hand. Hoe markteconomieën opkomen en neergaan’ (2018) al op heldere wijze hoe markteconomieën onverenigbaar zijn met welvaart, gelijkwaardigheid en brede besluitvorming. Maar of dit moet leiden tot een pleidooi voor het communisme zoals Gustaaf Peek in zijn ‘Pleidooi voor communisme’ (2017) en Thijs Lijster in zijn recente ‘verenigt U’ betogen? In onze ogen is dit een beweging van het ene uiterste naar het andere, terwijl de waarheid toch meestal in het midden ligt. In ons boek ‘DE GULDEN MIDDENWEG. EVENWICHTIG LEVEN MET TEGENPOLEN’ (2019) maken wij duidelijk dat voor een gezonde en duurzame economie het ‘gereguleerde kapitalisme’ de ideale ‘gulden middenweg’ is. Hierbij wordt namelijk het materiële eigenbelang als economische drijfveer gecombineerd met de op gemeenschappelijk belang gerichte bemoeienis van de overheid, waardoor de voordelen van beide richtingen tot hun recht kunnen komen en de nadelen tot het uiterste worden beperkt.

blog.jpeg

Illustratie Jip van den Toorn // Volkskrant

bottom of page